Miet De Bruyn
Column

‘De zee is bijna alles’

Lees hier deel 1: Een wondere wereld, deel 2: Meedeinen en deel 3: Wie is Wie

Dat zeggen en schilderen Marco Kunst en Jeska Verstegen in hun recente dichtbundel met dezelfde titel. Gelijk hebben ze! Verderop meer over dit bijzondere werk. In de drie vorige afleveringen van deze scheepscolumn kregen de daar getipte boeken niet de aandacht die ze wél verdienen. Dat kan ik niet volledig goedmaken, want dan zou deze column onleesbaar lang worden. Kiezen dus en dan ga ik uiteraard voor alle aangehaalde kinderboeken en jongerenromans. Daarover vertel ik u hier graag iets meer. Dit is tenslotte een column voor Jong Literair Nederland!

Een wondere wereld
In Kapitein Lappa van Mirjam Visker, verkennen Lappa en Hondje Wof in opa´s bootje de haven. Met grote ogen kijken ze naar de schepen die daar voorbij varen: bijvoorbeeld een containerschip, een sleepboot, een passagiersschip… Door een grote golf belandt Hondje Wof in het water. Oei, wat nu … ? Ook dit vierde deel uit de reeks over Lappa, is een kleurrijk en spannend prentenboek voor kinderen vanaf ongeveer 4 jaar, uitgegeven bij uitgeverij Schrijverspunt. Mirjam Visker maakte de tekst en de illustraties voor dit leuke kleuterverhaal. Zij is een Nederlandse auteur, illustrator en uitgever, vooral bekend als de bedenker van het fantasiediertje Lappa. Visker werkte jarenlang in het bedrijfsleven voordat zij haar passie voor tekenen en illustreren volgde.

Met Leeuwen op zee, in 2010 uitgegeven door uitgeverij Delubas, schreef Wilma Degeling een jongerenroman die zich afspeelt in de groeiende Rotterdamse haven, voor kinderen vanaf een jaar of tien. Het is 1934 en zoals er eerder al velen hem voorgingen, probeert ook Leo’s vader aan de armoede in Brabant te ontsnappen door werk te zoeken in de haven. Het hele gezin verhuist naar Rotterdam. Leo kan maar moeilijk wennen aan het leven in de grote stad, maar gelukkig vindt hij na verloop van tijd een vriend. En dan komt Circus Sarrasani naar Rotterdam. Vanaf dat moment wil Leo nog maar één ding: bij het circus! Hij gaat er werken om een kaartje te verdienen en bedenkt zelfs een plan om met het circus uit Rotterdam te vertrekken. Maar of dat goed gaat…?

Leeuwen op zee is gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Wat echt is en wat verzonnen, wordt aan het eind van het boek uit de doeken gedaan. Daarna volgen ook nog een aantal informatieve pagina’s met foto’s en weetjes. Wilma Degeling is een Nederlandse kinderboekenschrijfster, die voordat zij auteur werd, 25 jaar werkte als advocaat en rechter. Ze schrijft voor verschillende leeftijdsgroepen, zowel prenten- als leesboeken, voor beginnende en gevorderde lezers. Leeuwen op zee is zo’n leesboek en maakt deel uit van de serie Terugblikken. Deze reeks bestaat uit 50 delen, die elk een stukje van de Nederlandse geschiedenis belichten.

Meedeinen
Over het ongelooflijk indrukwekkende pakijs schreef Willy Schuyesmans de spannende historische jeugdroman De winter van de Belgica. Daarin vertelt hij over de expeditie naar Antarctica (1897–1899), onder leiding van de Belgische ontdekkingsreiziger Adrien de Gerlache. Het boek verscheen in 2005 bij uitgeverij Davidsfonds. Het verhaal wordt grotendeels verteld door de ogen van de jonge matroos Jan Van Mirlo, een Antwerpse volksjongen die liever meevaart naar de Zuidpool dan zijn militaire dienstplicht te vervullen. Hij komt terecht op het schip Belgica, dat met een internationale bemanning richting Antarctica vertrekt. Wat begint als een avontuurlijke ontdekkingsreis, verandert in een extreem overlevingsverhaal wanneer het schip vast komt te zitten in het pakijs. De bemanning moet uiteindelijk meer dan een jaar overwinteren in totale poolduisternis, omgaan met kou, honger, ziekte en scheurbuik. Bovendien vecht ze psychisch tegen isolatie en wanhoop. Ondanks de ellende zijn er ook mooie momenten: de schoonheid van het poollicht, de ontdekking van een onbekende wereld, de sterke kameraadschap aan boord…

Willy Schuyesmans is een Belgische journalist en jeugdauteur. Hij schreef veel boeken die gebaseerd zijn op historische gebeurtenissen, vaak met een avontuurlijke invalshoek. Voor De winter van de Belgica deed hij uitgebreid archiefonderzoek naar verslagen van de expeditie en maakte hij ook gebruik van de herinneringen van bemanningsleden, vooral die van Jan Van Mirlo.

Wie is wie
Over het reilen en zeilen aan boord van een schip verscheen in 1924 bij uitgeverij Leopold De scheepsjongens van Bontekoe, de klassieker van Johan Fabricius. Het boek speelt zich af in de 17e eeuw, op een schip van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Het verhaal volgt drie jongens uit Hoorn: Hajo, Rolf en Padde. Zij varen mee met  kapitein Willem Bontekoe, die koers zet naar Indië (het huidige Indonesië). Aan boord leren ze het harde leven van zeevarenden kennen: discipline, zwaar werk en gevaarlijke omstandigheden. Ze beleven allerlei spannende avonturen, voor ze uiteindelijk aankomen in Batavia (nu Djakarta).

Johan Fabricius werd geboren in Nederlands-Indië en was schrijver, journalist en wereldreiziger. Hij schreef meer dan 60 boeken, waarvan De scheepsjongens van Bontekoe het meest bekende is en ook in het buitenland weerklank vond. Zijn werk is vaak gebaseerd op eigen reiservaringen en op historische bronnen.

In Het begin van de zee van Annemarie van Haeringen, in 2002 uitgegeven bij uitgeverij Leopold, gaat het over Kofi, een jongen die in een Afrikaans aandoend land woont. Hij wil de zee schilderen, maar ontdekt dat dit helemaal niet eenvoudig is: die is zo groot dat je niet weet waar je moet beginnen. Hij gaat op zoek naar het “begin” van de zee: hij kijkt naar het water aan de kust, vaart uit met een boot en vraagt ook andere mensen om hulp. Iedereen denkt mee, maar niemand vindt echt een begin. Uiteindelijk blijkt de oplossing verrassend eenvoudig: het begin van de zee is de regen – water dat uit de lucht komt en zo de zee voedt. De cirkel is rond: wat begint in de lucht, eindigt in de zee en omgekeerd. Van Haeringen maakte zowel de tekst als de illustraties voor dit fantastische prentenboek en kreeg er in 2003 een Zilveren Griffel voor. Ze won in haar carrière ook meerdere Gouden Penselen en is een van de bekendste Nederlandse prentenboekenmakers.

De hierboven vermelde sprookjesachtige dichtbundel De zee is bijna alles van Marco Kunst en Jeska Verstegen, verscheen in 2025 bij Lemniscaat en is bedoeld voor kinderen en jongeren vanaf 12 jaar. De bundel bestaat uit een reeks van 21 gedichten waarin de zee centraal staat als thema en als beeld. De gedichten gaan niet alleen over water en strand, maar vooral over wat de zee oproept, zoals bijvoorbeeld verlangen, heimwee, reizen, grenzen oversteken… De zee wordt daarbij niet alleen beschreven als natuurverschijnsel, maar ook als metafoor voor het leven: veranderlijk, eindeloos en soms ondoorgrondelijk. Elk gedicht is relatief kort en toegankelijk en de teksten spelen met ritme, herhaling en beeldspraak. De schitterende illustraties van Jeska Verstegen zijn hier vooral dromerige kleurvlakken in blauwe, rode en oranje aquarelverf.  Haar stijl balanceert tussen realisme en droom, met beelden die niet alleen illustreren, maar de sfeer van de gedichten ook gevoelig versterken.

Voor 15-plussers verscheen in 2026 bij De Eenhoorn het mysterieuze Relaas van de schipbreuk van het handelsschip Mytilida van Marijn Brouckaert en Astrid Verplancke. Het is een literaire graphic novel waarin het verhaal verteld wordt door een mossel die vastzit aan de romp van een schip. Die mossel observeert het leven aan boord van de Mytilida, die naast handelswaar ook gevangenen vervoert. Vanuit zijn beperkte, niet-menselijke blik beschrijft de mossel het dagelijkse leven op zee, de spanningen aan boord, de uitputting en honger wanneer de reis maar blijft duren en ten slotte een hevige storm, waarbij het schip kapseist. Na de schipbreuk blijft er slechts een kleine groep over en verschuift het verhaal naar overleven op zee en het breken van de oude machtsverhoudingen.

Naast schrijver is Marijn Brouckaert ook bibliothecaris en leesbegeleider. Met zijn verschillende projecten wil hij mensen graag samenbrengen. De illustraties van Astrid Verplancke zijn geen “decoratie”, maar vormen ontegenzeglijk een tweede verhaallaag. Verplancke kreeg met dit werk ook internationale erkenning, vooral door haar krachtige beeldtaal.

Nu alle eerder aangestipte kinderboeken en jeugdromans beter belicht zijn, kan ik mijn scheepscolumn met een gerust hart en een schoon geweten afsluiten. Op de televisiezender France 3 liep van 1975 tot 2017 Thalassa, een documentaire TV-serie over de zee, vanaf 1980 gepresenteerd door Georges Pernoud. Elke aflevering beëindigde hij met een karakteristiek wuivend handgebaar en met telkens dezelfde mooie woorden: ‘Bon vent!’ Ook voor u ‘Bon Vent’, een fijne zomer en tot in september.