Miet De Bruyn
Column

Wie is wie 

Lees hier deel 1: Een wondere wereld  en deel 2: Meedeinen

 

Geduld is altijd een mooie deugd en als je vaart al helemaal. Wachten hoort er gewoon bij op zee: op de loods, een ligplaats, de laad- en losoperatie, wachten vóór de sluizen en weer wachten ín de sluizen, op sleepboten, op de ijsbreker, … Daarnaast beschik je als vaargezel best over een grote dosis flexibiliteit, want de dingen kunnen aan boord op erg korte tijd helemaal veranderen en als er één dominosteen valt, vallen de andere ook. Zo lag de Charlotta een extra dag en nacht in de haven van Oulu, omdat er in Kemi, haar volgende bestemming, (nog) geen plaats voor haar was. Maar haar ligplaats in Oulu, was eigenlijk alweer gereserveerd voor een volgend schip. Bijgevolg moest de Charlotta de nacht elders doorbrengen: shiften, dat wil zeggen, van aanlegplaats veranderen, wat met zo’n groot vaartuig makkelijker gezegd is dan gedaan.

Aan boord is de voertaal Engels en tijdens de maaltijden is er tijd om met de bemanning te praten. Je antwoordt op hun vragen en probeert hen een beeld te geven van wie je bent en wat je doet. De nieuwsgierigheid is uiteraard wederzijds en op jouw beurt maak je beetje bij beetje kennis met hen en met hun dubbelleven: dat aan boord en dat aan de wal. Want dat laatste gaat natuurlijk ook gewoon door, al zijn zij er niet. Zo werd bijvoorbeeld op negen april het derde kindje van de eerste officier geboren, terwijl hij op de Charlotta aan het roer stond tijdens de voorbereidingen om de haven van Oulu te verlaten. Leve video-appen! Al is het natuurlijk maar een mager surrogaat. Dappere mensen, zeelui, en hun thuisblijvers zijn minstens even moedig.

De kapitein en de officieren monsteren normaal gezien aan voor drie maanden, de matrozen voor zes tot negen maanden. Pas als hun contract afgelopen is, gaan ze naar huis. Er zijn drie dekofficieren en drie machinisten en alle officieren lopen een vaste wacht. De kapitein doet dat in principe niet, maar is wel aanwezig op de brug bij moeilijke navigatie, zoals in- en uitvaren van havens, nauwe vaarwaters of slecht weer (bijvoorbeeld ijs!). Buiten deze wachturen om, verrichten de officieren zogenaamd ‘dagwerk’: onderhoudswerk, administratie, klusjes, … en blijven ze stand-by voor bijzondere situaties. Daarnaast hebben alle officieren ook nog specifieke verantwoordelijkheden. Zo is de eerste dekofficier bijvoorbeeld de vervanger van de master indien nodig en is hij ook verantwoordelijk voor de laadoperatie. De tweede is onder meer verantwoordelijk voor het medische gebeuren aan boord en de derde wordt nog verder opgeleid en valt in waar nodig. De eerste machinist is kapitein in de machinekamer en de tweede en derde staan hem daarin bij, ook met elk hun specifieke taken. Als ze geluk hebben, krijgen de officieren alles rond in één shift, maar evident is dat niet, waardoor rusten en/of slapen er regelmatig bij inschiet. Aan boord van de Charlotta neemt de kapitein al eens een wacht of een taak van hen over, maar dat is geen algemene scheepsregel.

De matrozen aan boord van de Charlotta werken in een wachtsysteem van 6/6: 6 uur op en 6 uur af. Op zee zijn voor hen werkdagen van 8 tot 12 uur gebruikelijk, maar tijdens het laden en lossen kunnen ook hun werkdagen langer worden. De kok plant volgens het hem toegewezen budget de menu’s voor de hele reis, slaat proviand in en bereidt in zijn eentje elke dag drie creatieve warme maaltijden voor zestien mensen. Ook niet niks. Het leven van zeelui: no walk in the park …

Je krijgt geleidelijk aan een indruk van wie ze zijn, de bemanningsleden, niet alleen in hun functie, maar ook als mens. Zo is de kapitein van de Charlotta een erg gastvrije en hartelijke man, de eerste officier heel voorkomend en zorgzaam, de tweede een beetje stug, tot hij ontdooit en de derde heel jong en aardig. De eerste en de derde machinist houden duidelijk van een grapje en de tweede zegt niet zo veel, wat volgens de andere twee de machinekamer een heel geschikte werkplek maakt voor hem, wegens te veel lawaai om gesprekken te voeren! Daar moest de tweede machinist om glimlachen. De kok is een heel attente man en de matrozen zijn erg vriendelijk en hoffelijk. Op de Charlotta zijn momenteel acht Filipijnse matrozen aan boord, één Filipijnse kok, zes officieren en de master. Kapitein en officieren hebben de volgende nationaliteiten: Oekraïens, Russisch, Bulgaars en Georgisch. Het samenleven en samenwerken van al die nationaliteiten, lukt hier wonderwel. De iconische woorden van Captain Ron in de gelijknamige film (1992) ‘What happens aboard, stays aboard’, gelden andersom blijkbaar ook.

Wilt u meer te weten komen over het leven van de bemanning aan boord van een schip, verwijs ik u opnieuw naar Jan Brokken. Deze keer naar zijn verhaal met de titel Vulkanen vanaf zee, of naar de klassieker van Johan Fabricius uit 1924, De scheepsjongens van Bontekoe. Wilt u kinderen laten lezen over de zee, dan kan dat bijvoorbeeld met het prachtige prentenboek Het begin van de zee van Annemarie van Haeringen, of met de sprookjesachtige dichtbundel De zee is bijna alles van Marco Kunst en Jeska Verstegen. En voor jongeren is er onder andere het mysterieuze Relaas van de schipbreuk van het handelsschip Mytilida van Marijn Brouckaert en Astrid Verplancke.

Lees hier deel 1: Een wondere wereld  en deel 2: Meedeinen