Lezers zullen in geïllustreerde boeken niet altijd op dezelfde manier beginnen. De een werpt eerst een snelle blik op de tekst, een ander blijft meteen bij de afbeeldingen hangen. Dat valt misschien samen met de functionaliteit: ondersteunt het beeld de tekst of staan de illustraties voorop. Het laatste lijkt het geval bij De grote trektocht van Henriëtte Boerendans. Je blijft meteen hangen aan de prachtige paginagroot afgedrukte prints van houtsneden.
Boerendans (1966) is dan ook vooral kunstenares. Na Dichter bij de seizoenen dat eerder dit jaar verscheen met Bette Westera als auteur, verzorgde zij nu in haar eentje De grote trektocht. Op haar website vertelt ze dat ze in haar werk, meestal zoals in dit boek houtsneden, graag zwevende voorwerpen afbeeldt om het een surrealistische sfeer te geven. De trek van dieren en planten (ja, ook van planten) leent zich natuurlijk uitstekend voor dat zwevende aspect. Het is daarom een prachtig boek geworden waarin je pas in tweede instantie gaat lezen.
Noten
Niet alle trektochten in het boek zijn even spectaculair en met 28 voorbeelden gaat het natuurlijk om maar een hele kleine selectie. Geen zwaluw, grutto of de ons zo bekende kraanvogel. Wel twaalf andere vogels waaronder de monnikskraanvogel die we bij ons nooit zien. Ze trekken in de nazomer in paren (ze hebben elkaar eeuwige trouw beloofd) van Oost-Siberië, waar ze broeden en dansen, naar het Japanse eiland Kyushu. De tocht van 2800 kilometer wordt aan het eind van de winter weer in omgekeerde richting afgelegd.
Bij de trek denken we meestal aan een heen- en terugreis. Maar ook planten ‘trekken’, zij het door tussenkomst van andere factoren, en maken dan een enkele reis. De baobab lift mee met dieren die zijn vruchten eten en een paar kilometer verder de zaadjes uitpoepen. De kokospalm kan heel wat verder terecht komen. Soms vallen zijn noten in het water en kunnen ze 400 kilometer verder een nieuwe boom worden; hij blijft namelijk jaren goed en kan tegen zout water. Andere manieren van reizen zijn de pluizen (paardenbloem) of de klitten die aan de pels van dieren kleven tot ze loslaten.

© Henriette Boerendans, uit De grote trektocht, Gottmer,2026
Licht
Maar de meeste beschreven migraties gaan heen en terug en betreffen vogels, vlinders, vissen en zoogdieren. Ze kunnen heel verschillende motieven hebben voor hun trek: vlucht voor de kou naar een warmer gebied, op zoek naar voedsel, maar ook behoefte aan licht. Dat laatste is voor de noordse stern reden om liefst 26.000 kilometer tussen Noord- en Zuidpool te vliegen en weer terug als op één van die polen de zon nauwelijks ondergaat.
Eén van de meest spectaculaire trektochten is die van de monarchvlinder die 3300 kilometer aflegt van midden-Mexico naar North Carolina (en later weer terug). Het bijzondere is dat dat gebeurt door een diersoort die maar drie weken leeft. Voor de heenweg zijn drie generaties nodig en daarna weet de vierde generatie precies hoe ze weer terug moeten.

Boerendans blijft – zeker zo aardig voor de Nederlandse lezers – soms ook dicht bij huis. Niet alleen met de paardenbloem en de klit, maar ook met de wolf (van Ureterp naar Otterlo) en de koekoek (van Hoenderloo naar Congo).
Zoals gezegd zijn de illustraties, veelal in aardekleuren in een groot vlak, maar ook in zwarte details op een witte achtergrond, prachtig. Heel handig is een wereldkaart voorin het boek waarop per trekkend wezen het gebied is ingedeeld. De toepasselijke fragmenten van die kaart keren met een in blauw uitgestippelde route van de behandelde trekker terug op de toepasselijke pagina’s.

De grote trektocht
Illustraties door: Henriette Boerendans
Verschenen: 2026
Uitgever: Gottmer
ISBN 9789025783020
72 pagina's
Prijs: € 22,99
Kopen bij Libris








