Skip to content
Column door Miet De Bruyn

Who’s afraid of … the dog?

Ik, ik was bang van honden. En niet gewoon bang, neen, panisch, hysterisch, fobisch bang. Van de kleinste Chihuahua tot de grootste Ierse wolfshond, en alle formaten daartussen, voor mij waren het allemaal levensgevaarlijke, harige, blaffende, bijtende monsters. Ik was een schoolvoorbeeld van canofobie. En toch hebben wij nu een hond,  Marius. Onze Marius is een Gordon (= Schotse) Setter. Hij is een tikkeltje eigenzinnig, maar ook héél erg lief en aanhankelijk en absoluut geweldig met kinderen. Dat moet ook wel, met vier kleinzonen die heel regelmatig bij ons over de vloer komen.

Tegen mijn volkomen irrationele angst voor honden leek geen kruid gewassen. Of toch wel? Met zijn ex-vrouw had mijn man een hond, die na hun scheiding af en toe bij ons kwam logeren. Exposure therapie dus, al had ik daar op dat moment nog nooit van gehoord. Ik keek niet bepaald uit naar die logeerpartijen, maar tot mijn stomme verbazing liep het vanaf de eerste keer goed. Saber (zo heette de hond) was groot en stoer, maar ook een echte goeie lobbes. Als mijn man en ik elkaar omhelsden, ging hij op zijn achterste poten staan en wilde hij steevast mee in de omhelzing. Dat vond ik zo vertederend, dat ik mijn angst helemaal vergat.

Er volgden nog een heleboel stapjes in een lang exposure traject en zo kwam Marius uiteindelijk in ons leven. Op kleine korte pootjes liep er één hondje steeds naar ons toe, toen we bij de fokker de pups voor het eerst bezochten. Zo koos hìj òns, als piepklein pupje en werd hij onze Marius. Marius, die mijn tranen weg likte toen ik een keer huilend op de sofa lag tijdens mijn chemokuur in 2014. Marius, die toen naast mij bleef zitten tot mijn man uit de keuken kwam om het troosten over te nemen. Marius, die mij van een canofoob veranderde in een grote hondenvriend. Marius, die onze kleinkinderen al toen ze nog peutertjes waren, voorzichtige likjes gaf op hun neusje. Marius, die dat nog steeds doet, al hoeft hij nu niet meer zo voorzichtig te zijn. Marius, die naast onze kleinzonen op de sofa gaat zitten en met een diepe zucht van tevredenheid zijn kop in hun schoot legt. Marius, onze grote knuffelbuffel.

Kinderen en honden: ze voelen elkaar feilloos aan; ze communiceren met elkaar zonder woorden; ze vertrouwen elkaar blindelings; ze gaan zonder nadenken voor elkaar door het heetste vuur. Compleet onvoorwaardelijke liefde is het. Dat kan je ook lezen in Red mijn hond! van Anna Woltz. Kaj, de hond van Jessie, moet worden afgemaakt omdat hij een aantal schapen van boer Heikoop heeft doodgebeten. Boer Heikoop is niet zomaar een boer, maar de vader van Tim, de jongen waarop Jessie tot over haar oren verliefd is. Toch kan Jessie haar beste vriend Kaj niet zomaar laten doodgaan. Ze probeert alles te doen om hem te redden. Als je wil weten, of haar dat lukt, ren dan nu meteen naar de boekhandel of de bieb en ontdek hoe het afloopt met Kaj en Jessie!