Skip to content
321 superslimme dingen die moet weten over natuur

Vliegen foppen en niet in blauwe kikkers bijten

De Belgische uitgeverij Lannoo begon in 2017 met zijn ‘Superslimme dingen’-reeks. De eerste titel was 321 superslimme dingen die je moet weten voor je 13 wordt. Alle titels in de reeks beginnen met dat getal 321 of variaties daarop: 123 superslimme dingen die je moet weten over het klimaat (uit 2019) of 77 superslimme dingen die je moet weten over mijn en jouw thuis.
Daar is het meest recent aan toegevoegd 321 superslimme dingen die je moet weten over natuur. Alle boeken zijn geschreven door Mathilda Masters met de vaste illustratrice Louize Perdieus. Zij is een Antwerpse grafisch ontwerpster. Over de eveneens Belgische auteur valt op de site van de uitgever te lezen: ‘Mathilda Masters is ontdekkingsreiziger. Ze heeft haar beroep gemaakt van het ontdekken van nieuwe continenten en landen. Dat is niet gemakkelijk, want de meeste landen zijn al ontdekt. Als Mathilda niet ontdekkingsreist, schrijft ze over haar avonturen. En als die avonturen niet avontuurlijk genoeg zijn, verzint ze er gewoon wat bij’.

Het jongste boek over de natuur staat weer boordevol interessante verhalen. En boordevol is echt boordevol: zo’n driehonderd pagina’s tekst in kleine letters. Het boek heeft een encyclopedisch karakter, waardoor je er moeilijk lang in kunt blijven lezen. Het is wat dat betreft jammer dat geen index van namen en begrippen is opgenomen, al is dat wel begrijpelijk omdat het boekwerk daardoor nog vele pagina’s dikker zou zijn geworden. Het overkomt je regelmatig dat je iets leest dat je doet denken aan een passage die je eerder tegenkwam, maar niet gemakkelijk meer terugvindt. Je verdwaalt op die manier.

Specht
De enige ingang bieden de thema’s van de hoofdstukken die allemaal ongeveer dertig pagina’s beslaan. Ze hebben – soms wat vage – titels als ‘Rijken vol wonderen’ en ‘De natuur is superslim en evolueert voortdurend’ naast meer zeggende als ‘Liefde en seks in de natuur’ en ‘Bijzondere vormen en slimme vermommingen’. Alle weetjes zijn door alle hoofdstukken doorgenummerd. Af en toe is in een weetje een verwijzing naar een ander opgenomen.

321 dingen… is daardoor niet handig als opzoekboek, maar des te verrassender als bladerboek. Laat het oog vallen op een willekeurig weetje en zie hoeveel informatie soms in elk van die stukjes is samengebald. Een mooi voorbeeld is weetje 224, ‘Schimmels bouwen nesten voor spechten’. Daarin wordt uitgelegd hoe slim de zwarte specht een begin hakt in de harde bast van beuken (‘de voordeur van zijn huis’) en vervolgens afwacht hoe schimmels die verzwakte plek aanvreten en het hout zacht maken zodat zijn snavel gemakkelijker het hol kan uittikken. Dit weetje vervolgt dan met: ‘Het nest van de zwarte spechten zakt met de tijd alsmaar dieper in de boom. Na een tijdje zit het zo diep dat de nieuwe jongen moeite hebben om uit te vliegen. De spechten gaan op zoek naar een nieuw verblijf, maar lang blijft hun oude woning niet leegstaan. Houtduiven gooien materialen in het nest waardoor het weer hoger komt. Zij nemen hun intrek tot het nest zo diep gezakt is dat ze het niet meer opgevuld krijgen. Dan nemen uilen het over of zelfs grote bosmuizen. Wanneer de hele binnenkant van de boom vermolmd is, trekken de meeltorren erin’.

(Illustratie: Louize Perdieus)

Cartoons
Het is eenvoudige taal, waarmee toch zeer beknopt een boeiend verhaal wordt verteld. Het is tevens een voorbeeld van het hiervoor genoemde verdwalen. Als je het fragment leest kun je denken: ‘dat kwam ik toch al eerder tegen?!’. En inderdaad: na wat zoeken vind je weetje 18 terug, ‘Laat bomen rustig sterven’, dat weer een mooie aanvulling is.
De weetjes maken door hun kopjes meestal meteen nieuwsgierig: ‘Hoe weten onderzoekers welke geluiden dino’s maakten?’, ‘Fop eens een vlieg’, ‘Een slim glaasje water’, ‘Bijt nooit in een blauwe kikker’.

De illustratietjes – inderdaad: ze zijn klein, priegelig bijna – sluiten aan bij de tekstblokjes en zijn met een scherpe pen getekend en voorzien van een met dezelfde pen geschreven bijschrift. Ze zijn soms een soort cartoons. Zo staat bij het stukje over het verlies aan wilde natuur een tekening van een man en vrouw in dierenvacht waarop hij haar een keurige gekweekte roos aanbiedt en zij antwoordt: ‘Voor mij mag het wel wat wilder’. En bij een verhaaltje over de geneeskrachtige werking die nicotine óók kan hebben blijft een vrouw een al kuchende man maar rook om zijn hoofd blazen met de vraag of zijn oorpijn al over is. Fraai is ook de tekening van een oehoe die de schutkleur heeft van de boom waarin hij zit; je moet echt goed kijken om de uil te zien zitten.

321 superslimme dingen die moet weten over natuur is al bij al een heerlijk snuffelboek in behapbare brokjes, dat je op tijd weer even weg moet leggen om niet overvoerd te raken.

Adri Altink

Adri Altink heeft belangstelling voor kunst, (cultuur)geschiedenis, taal (Opperlands) en literatuur. Hij leest zowel non-fictie als romans. Boeken die een blijvende indruk op hem maakten zijn Bloedlanden van Timothy Snyder, Congo van David van Reybrouck, In de ban van de tegenstander van Hans Keilson en Doodgewone mannen van Christopher Browning. Fictie-auteurs die hij graag leest zijn Georges Perec, Annie Ernaux, Hervé Le Tellier, Édouard Louis, Bohumil Hrabal en Anjet Daanje. Op Jong Literair Nederland bespreekt hij non-fictie voor kinderen. Adri Altink schrijft ook voor Literair Nederland.

321 superslimme dingen die moet weten over natuur
Verschenen bij: Uitgeverij Lannoo
ISBN: 9789401488471
304 pagina’s
Prijs: €22.99
Verschenen: 2023