Skip to content
Column door Miet De Bruyn

Rozengeur en maneschijn

Op 10 januari 2009 zei Steve Stevaert (een Vlaamse politicus) in een interview met de krant De Morgen het volgende: ‘Het geldt vandaag bijna als een wet dat optimisten naïevelingen zijn en pessimisten een monopolie hebben op de verstandige boodschap.’ In datzelfde interview verwees Stevaert ook naar Karl Popper: ‘Optimisme is een morele plicht.’ Of dat klopt weet ik niet, maar een absolute noodzaak is optimisme voor mij in elk geval wel. Maakt dat van mij een naïeveling? Het zij zo. Ik noteerde de woorden van Stevaert in mijn citatenschriftje. Intussen ben ik veel citaten en schriftjes verder, maar zijn woorden klinken nog steeds na.

Ik moest eraan denken toen ik het voorbije weekend zo moedeloos werd, bij het lezen van de literaire bijlagen in de weekendkranten. Slechts één vrolijk boek kwam ik tegen: De ogen en het onmogelijke van Dave Eggers. Niet toevallig een kinderboek? Alle andere boeken die werden gerecenseerd gingen over politieke, persoonlijke, maatschappelijke, culturele, economische … ellende. Treurnis troef. Zoveel miserie, zoveel pijn, zoveel verdrietige verhalen. Ik kan ze niet lezen; het is te veel. Al die pijn, al dat verdriet, overweldigt mij. Ik voel me zo hulpeloos, zo machteloos. Daarom kan ik niet anders dan vooral naar mijn wereld kijken en proberen het daar goed te doen. Daarom ook is optimisme voor mij zo noodzakelijk. Daarom zoek ik bewust naar positieve berichtgeving, naar vrolijke verhalen en blije boeken. Het voelt soms als zoeken naar een speld in een hooiberg.

De mensen deugen ook
Waar zijn de boeken die over een andere waarheid gaan? Die mij meenemen naar een mooie, wijde wereld, die òòk waar is? Want verdriet en pijn zijn toch niet de hele waarheid? Er gebeuren in deze wereld toch ook nog mooie en vrolijke dingen? Om het met Rutger Bregman te zeggen: deugen de meeste mensen niet? Gaat niet elke dag, ondanks alles de zon weer op? Dat klinkt klef, ik weet het, maar het is wèl waar. Schrijft echt niemand daar boeken over? Of worden de boeken die daarover geschreven worden, niet opgepikt? Als krant of als schrijver, bang het verwijt te krijgen een naiëveling te zijn, zoals Stevaert zegt? Hoe somberder, hoe verstandiger? Hoe zwarter de kraai, hoe beter het boek? Met als -gelukkige- uitzondering kinderboeken?

Geef mij vrolijkheid, geef mij licht, betover mij, laat mij verdwijnen, geef mij een uitweg, laat mij ontsnappen, toon mij een andere wereld. Neem mij mee naar het Wonderland van Alice of naar de Andere Kant van de Spiegel. Laat mij alsjeblief genieten en lachen: glimlachen, monkellachen, schaterlachen. Huilen doe ik al vaak genoeg.

Joan
Geef mij boeken zoals de Joan-reeks van Monique Thijssen. Ze bestaat uit vier delen en verscheen in 1973-1974 bij uitgeverij De Fontein. De eerste twee delen kreeg ik cadeau en eigenlijk was ik teleurgesteld, want ik had om andere boeken gevraagd. Mijn eerste contact met serendipiteit: vinden wat je niet zoekt. En daar héél blij mee zijn, want ik viel als een blok voor Joan, las de eerste twee delen in één ruk uit en fietste meteen naar de boekhandel om delen drie en vier ook te halen. Ik was 15 en het waren zogenaamde “meisjesboeken”, maar ze waren zo anders, zo verfrissend, zo echt, zo levend en absoluut gender overstijgend, toen al. Geen wonder dat mijn broers de reeks ook zo gretig verslonden. Tot op heden citeren we er op familiefeestjes nog regelmatig uit. Zelfs mijn vader, meestal de kok van dienst, citeert mee, ook al heeft hij de boeken niet gelezen: ‘Kaank de kroketten in de olie kwaaken? De blauwe daamp wazemt deraaf.’ We moeten er nog steeds hard om lachen. De serie gaat over Joan, Sitke en Marion, over hun familie en hun vrienden. De boeken spelen zich af in Nederland en in Frankrijk en ze volgen de drie vriendinnen en hun bonte gezelschap gedurende drie zomers. De hele bende beleeft allerlei spannende en grappige avonturen en heeft ontzettend veel lol.

Ik heb de boeken intussen tientallen keren herlezen. Mijn eerste set is letterlijk stukgelezen. Mijn tweede set kocht ik in 1994 bij een bibliotheek die de reeks afvoerde. Deze set is gelukkig goed beschermd: door een bibliotheekmedewerker zorgvuldig gekaft met plastic folie. Bovendien doe ik er heel voorzichtig mee, want ze moet de rest van mijn leven meegaan. Bijna 62 ben ik nu en ik herlees de reeks nog steeds elk jaar. Dan zit ik elke keer weer luidop te lachen, ook al weet ik met mijn ogen dicht wat er gaat komen.

Geen verdriet in deze boeken? Oh jawel, Monique Thijssen laat ons het leven zien zoals het is: met rozen en doornen. Want het leven is inderdaad niet alleen rozengeur en maneschijn; maar het is wél òòk rozengeur en maneschijn.

Moge 2024 een jaar zijn boordevol rozengeur en maneschijn.