Skip to content
Het onwaarschijnlijke verhaal van Baskerville Hall

Een gewone jongen op een bijzondere kostschool

Arthur Conan Doyle is de hoofdpersoon in Het onwaarschijnlijke verhaal van Baskerville Hall, het nieuwste jeugdboek van de Amerikaanse schrijfster Ali Standish, dat zich afspeelt aan het eind van de 19e eeuw in het noordwesten van Engeland. De jonge Arthur is vastbesloten te stoppen met school om geld te gaan verdienen voor zijn armlastige familie, maar dat loopt anders als hij wordt uitgenodigd plaats te nemen op de prestigieuze Baskerville Hall kostschool. Daar maakt hij vrienden en vijanden, krijgt hij lessen over menselijke fysiologie, dierlijk magnetisme, hypnose en geestkracht, over het nieuwe verschijnsel ‘elektriciteit’ en elektromagnetische velden en over klokken en tijdmeten. Ondertussen spelen er allerlei vreemde en geheimzinnige zaken op school die om onderzoek, actie en oplossingen vragen van Arthur en zijn vrienden Jimmie, Irene, Grover en ‘Pocket’, een meisje dat voortdurend kleding draagt die uit zakken bestaat.

In de titel van het boek is een verwijzing naar The hound of the Baskervilles te herkennen, dat de bekendste Sherlock Holmesroman heet te zijn. De Sherlock Holmesserie is geschreven door … Sir Arthur Conan Doyle (geb. 1859), niet toevallig een naamgenoot van de hoofdpersoon uit dit boek. Er zijn meer overeenkomsten dan de naam alleen. Beiden komen uit Edinburgh, hebben een alcoholische vader, zijn intelligent en ontpoppen zich tot echte ‘speurders’. Als er aan het eind van het boek een professor Sherlock Holmes verschijnt om te komen helpen bij het oplossen van ‘mysterieuze gebeurtenissen’ op Baskerville Hall, wordt expliciet vermeld dat Holmes’ denkwijze lijkt op die van Arthur.

Koning Arthur en Harry Potter
Maar dit is niet de enige intertekstuele verwijzing. Hoofdpersoon Arthur ziet meerdere keren een groene ridder, een verschijning die verwijst naar het Middelengelse ridderverhaal Heer Gawein en de Groene Ridder, over één van de ridders van Koning Arthurs ronde tafel. Dat vriend Grover op een ander moment een ‘sjofel’ boek omhooghoudt ‘alsof het de heilige graal was’ heeft hier op zich niets mee te maken, maar is natuurlijk geen toeval. Subtiel is de tijdsbepaling als Arthur op de redactie van de schoolkrant de Baskerville Bazuin een jongen ziet lezen in het 19e eeuwse Engelse tijdschrift The Spectator.

De meest bijzondere verwijzingen en overeenkomsten zijn die naar en met de Harry Potterserie uit de jaren ’90 van de vorige eeuw. Er is om te beginnen in beide boeken sprake van een gewone jongen die een uitnodiging krijgt voor een bijzondere school. Die uitnodiging wordt in beide gevallen met veel bombarie bezorgd en hij is afkomstig van een voor de familie onbekende afzender. Het vervoer van de jongens naar hun nieuwe school is ongewoon, bij Harry Potter vanaf spoor 9 ¾, Arthur vertrekt met een luchtschip. Op school is er ook bij Arthur -net als bij Harry- direct al een ‘vijand’ en bij hem zijn er vijf ‘kringen’ waar leerlingen toe behoren, zoals de vier afdelingen op Harry’s Zweinstein. Er is een wolfshond als bewaker op Baskerville Hall, zoals Hagrids ‘Muil’, en Arthur krijgt de zorg over een pterodactylus, een evenknie van Hagrids babydraakje Norbert. ‘Beter goed gestolen dan slecht bedacht’ kan een motief zijn geweest voor al deze allusies of misschien zijn de ‘verwijzingen’ bedoeld als eerbetoon. Helaas kan Standish’ in deze roman niet tippen aan de finesse, humor, diepgang, originaliteit, creativiteit en schrijfstijl van J.K. Rowling in haar Potterboeken.

Lezer als spons
De jonge lezer hoeft zich echter geen seconde te vervelen, want het verhaal heeft een razende vaart. De spons die een tiener is kan zich bij het lezen van dit boek volzuigen met allerlei informatie over wetenschap en 19e eeuwse innovatie. De 52 korte hoofdstukjes van elk minder dan tien pagina’s bevatten bovendien vele cliffhangers en spannende situaties en ontwikkelingen. Er gebeurt voortdurend wat: de jongelui worden uitgedaagd op het gebied van moed, eer en trouw en leren wijze (levens)lessen. Zo realiseert Arthur zich uiteindelijk dat het ‘old boys’ network’ niet alleen maar iets is om graag bij te willen horen, maar dat het juist gevaarlijk is ‘zoveel macht in handen van zo weinig mensen’. Arthur gaat daarnaast inzien dat levensvragen veel moeilijker te beantwoorden zijn dan schoolopgaven, ook al zijn ‘Ik weet het niet’ de vier woordjes waar hij het meest van alles een hekel aan heeft.

Hier en daar gebruikt de schrijfster stereotype beschrijvingen die hopelijk niet opgezogen worden. Irene heeft een ‘elegante vlecht’ en draagt ‘laarsjes’ (in de verkleinvorm) evenals mevrouw Fernandez van wie Arthur zijn ogen niet af kan houden ‘omdat ze zo mooi was’. Professor Loring haar stem verrast Arthur, ze ‘was heser dan [hij] had verwacht, meer die van een zeeman dan van een dame’. Daar staat tegenover (?) dat Arthur zich na een kort moment van verbazing realiseert dat het ‘eigenlijk logisch’ is dat er ook meisjes naar Baskerville Hall gaan, want als alleen de slimste kinderen worden toegelaten, ‘dan zaten daar ook meisjes bij’. En dankzij professor Grey wordt hij zich ervan bewust dat het niet makkelijk is je dromen waar te maken als vrouw.

Aan Arthurs dromen is nog lang geen eind gekomen. De roman eindigt met een aantal spannende open plekken zoals rondom de mysterieuze Groene Ridder, juffrouw Grey die toch nog blijkt te leven, Arthurs antagonist Sebastiaan die nog lang niet uitgeschakeld is en de slotopmerking van professor Holmes: ‘Bereid je maar voor, beste jongen. […] Het spel is begonnen.’

Het onwaarschijnlijke verhaal van Baskerville Hall
Verschenen bij: Uitgeverij Lemniscaat
ISBN: 9789047716303
325 pagina’s
Prijs: €18.99
Vertaling door: Johanna Rijnsbergen
Verschenen: 2024