Skip to content
Column door Petronella Catharina

Poezenpieten

December blijft een identiteit-splijtende en verwarrende maand. Het maakt niet uit hoeveel culturele artefacten ik aanbreng in ons huis, de sfeer voelt, meer dan dertig jaar na de emigratie, steevast ongepast. Er is hier geen koud weer, geen regen, wind, hagel of sneeuw. De verwarming staat niet aan en de avond valt niet donker als de klok vijf uur slaat.

Een ‘heet weer’ Sinterklaas
‘Komt Sinterklaas wel naar Australië?’ vroeg mijn vierjarige dochter een paar maanden na onze emigratie.
‘Natuurlijk,’ zei ik terwijl ik helemaal niet nagedacht had hoe ik de Nederlandse tradities voort kon zetten.
Maar twee weken later was het zover en mocht mijn drietal hun schoenen onder de volop draaiende ventilator plaatsen. Uit een nog onuitgepakte doos haalde ik een ‘Jip en Janneke Sinterklaasverhaal’ en trouw las ik voor over de goedheiligman en de pieten. De volgende ochtend zat er in iedere schoen een aardigheidje en twee dagen later vierden we het grote feest met een zak vol cadeaus en mijn eigengebakken pepernoten. Ik voelde me trots dat ik mijn kinderen het Nederlandse cultuurgoed aan de andere kant van de wereld liet meemaken.

Een barbecue kerstfeest
Twee-en-een-halve week later pakten de Australiërs groots uit met het kerstfeest. Tientallen geschenken lagen uitgestald onder de kunstkerstboom. Bij het opkomen van de zon openden de kinderen de cadeaus waarna de volwassenen snel naar buiten liepen en het vlees op de barbecue gooiden of een duik in de oceaan namen.

Tropische oliebollen
De laatste decemberdag van dat jaar stond ik in veertigplus graden, met een ventilator die me een zuchtje lucht toe blies, oliebollen te bakken. Bij gebrek aan Australisch vuurwerk, dat alleen centraal vanuit de autoriteiten geregeld wordt, waren oliebollen mijn enige culturele connectie met de overgang van de oudste naar de nieuwste dag.

Maar met het slijten van de jaren ging onze Sinterklaastraditie verloren en namen we het Australische drink, eet, vergeet-niet-de-zonnebrandcrème-en je hoed-op-te-doen kerstfeest over. De verhalen werden kerstverhalen over kangoeroes en wombats gesitueerd in de tropen. Aanpassen betekent concessies doen en alhoewel dat makkelijk was, is er wel altijd dat niet-thuis-voelende-gevoel gedurende de maand december gebleven.

Winterverhalen in zomertijd
Nu, met een kleinzoon naast me op de bank, lees ik het boekje: ’Sint en kerst met Pim en Tom,’ van Mies Bouhuys en Fiep Westendorp. Aandachtig luistert mijn kleinzoon naar de rijmende zinnen en ik leg hem uit wat het Sinterklaasfeest betekent. Als ik het boekje voorgelezen heb, realiseer ik ineens hoe briljant dit verhaal is en hoe geweldig voor mij als voorleesemigrant. In negen-en-twintig pagina’s wordt de hele maand december doorlopen, Sinterklaas, Kerst en Oud/Nieuwjaar. Vanuit een poezenperspectief. Pim en Pom.
Er is geen melding van zwarte Pieten; de pakjes komen van Sint en de Pieten. Na het Sinterklaasfeest begeven de poezen zich in de sneeuw en ik leg aan mijn kleinzoon uit dat je in de sneeuw sleetje glijdt, een sneeuwpop maakt of sneeuwballen rolt. De poezen laten de afdrukken van hun pootjes achter. Als ze binnenkomen is het kerstfeest, lichtjes in de kerstboom, kaarsjes, eten, gezelligheid en een paar dagen later slaat de klokke twaalf uur en springen de poesjes in een nieuw jaar.
Een geweldig mooi, ongecompliceerd december verhaal waarmee mijn kleinzoon een deel van zijn familie erfgoed meekrijgt en ik me gehuld in een warme deken waan.

Dank je wel, Pim en Pom.