Overleven in alle tijden

Met De eerste Alix heeft Anna Woltz een echte wieheefthetgedaan-jeugdroman geschreven waarin naast een spannende zoektocht naar de moordenaar ook innerlijke groei, de man-vrouwrolverdeling en het scholierenbestaan thema’s zijn. Dat laatste is geen onbekend onderwerp in Woltz’ werk. In het schooljaar 1997-1998 schrijft de vijftienjarige Anna Woltz als vierdeklasser wekelijks een column voor de Volkskrant getiteld ‘Schoolleven’. Ze doet in die columns, die in 1998 werden gebundeld in het boekje Overleven in 4B, met veel humor en scherpe analyses verslag van het scholierenleven en van ongeschreven regels in de klas en tussen tieners onderling. De 21e eeuwse hoofdpersoon Alix uit Woltz’ nieuwste roman doet veel aan de kritisch-opstandige ik-persoon uit die 20e eeuwse columns denken, bijvoorbeeld in haar vrolijke weerzin tegen school en schoolvakken en in haar beschrijving van jongens van haar eigen leeftijd die ‘een probleem’ zijn, want ‘Als je dezelfde leeftijd hebt mag je elkaar uitchecken en reviewen en dat is dan niet creepy, maar leuk’.

De roman begint en eindigt met een kort hoofdstukje in het nu. Alix heeft een groot probleem, want haar moeder is gearresteerd en ze meent bovendien dat dat háár schuld is. Op weg naar het politiebureau waar moeder vastzit belandt ze in een hevige onweersbui en na een knetterende donderslag en bliksem blijkt ze getransformeerd naar 1926. 46 hoofdstukken later blijkt wat de personages uit die tijd met haar eigen geschiedenis te maken hebben, is de moordenaar na een spannende ontknoping ontmaskerd en het ‘probleem’ jongen prettig gepasseerd. Maar het belangrijkste is misschien wel Alix’ innerlijke groei en ontwikkeling. Ze probeerde in haar 21e eeuwse leven een beetje mens te zijn, maar … ze moest naar school. Daar ‘werd […] elke dag een stukje van me af geschaafd’. Ze heeft in dat leven het gevoel dat klasgenoten en leraren haar irritant vinden en leert daarom af actief mee te doen in de les en als eerste antwoorden te geven. Langzamerhand heeft ze haar wereld ‘volgebouwd met hekken’, prikkeldraad en lijsten van alles wat ze niet mag, wil en durft. Ze heeft een hekel aan haar leven. En nu, paradoxaal genoeg in 1926 waarin het meisjesleven zeer beperkt is, hervindt ze zichzelf. Ze leert dat je je niet per se iets aan hoeft te trekken van wat mensen van je vinden en dat het gaat om wat je wilt. Ze gaat dingen wél doen in plaats van niet. Ze verandert van binnen en voel zich meer en meer haarzelf.

Feminisme in alle tijden
Dat Woltz haar hoofdpersoon Alix heeft genoemd kan geen toeval zijn. In 2023 verscheen The three lives of Alix St. Pierre van de Amerikaanse bestsellerauteur Natasha Lester over onder andere een dappere (fictieve) Alix die tijdens de Tweede Wereldoorlog spion wordt en na de oorlog terecht komt in een wereld die vrouwen (weer) onzichtbaar wil maken of thuis wil houden. Ook de Alix uit Woltz’ roman wordt in de 1926ste werkelijkheid als spion gerekruteerd, in haar geval door mevrouw Vossius die een detectivebureau bestiert. Zij stelt Alix als de verre Amerikaanse nicht Juliana te werk bij de familie Heyendaal op de Veluwe, bestaande uit oom Willem, tante Dottie en hun tweeling Pip en Marcus. In de rol van Juliana moet Alix de moord op pater familias Augustus Heyendaal op zien te lossen. Alix worstelt net als de personages in Lesters boek met beklemmende rolpatronen, zowel in de 20e als in de 21e eeuw, maar ze leert gaandeweg dat iedereen voortdurend toneelspeelt en dat je, om een rol geloofwaardig te kunnen spelen, hem op moet vullen met jezelf. Hoopvol is in dat verband ook dat Pip haar eigen weg kiest en ondanks alle tegenwerking naar Parijs gaat om kunstenares te worden.

De manier waarop van tijd gewisseld wordt van 2026 naar 1926 kan goedkoop lijken, ingenieus is het verband dat uiteindelijk tussen de beide tijden blijkt. Door dat verband leert hoofdpersoon Alix ‘de eerste Alix’ kennen. Het geeft het verhaal diepgang in de interactie tussen het toen en het nu. Het omslag van de roman is er één in de stijl van de vooroorlogse meisjesboeken zoals die van Cissy van Marxveldt en past dus goed bij de tijd waarin het verhaal zich grotendeels afspeelt. In het taalgebruik varieert Woltz tussen de tienertaal uit de jaren twintig van de vorige eeuw en die van nu. Ze gebruikt woorden als ‘mallerd’, Alix leert in 1926 uitdrukkingen als ‘wat een dol idee’ en de 20e eeuwse leeftijdsgenoten begrijpen haar niet als ze ‘Holy shit’ roept en zegt dat iets ‘insane’ is. Scherpe geschiedenisles wordt gegeven als Alix zich realiseert dat honderd jaar geleden roven nog hip was en dat Nederland dan nog koloniën heeft.

Woltz heeft sinds Overleven in 4B uit 1998 een indrukwekkend oeuvre bij elkaar geschreven van dertig titels, evenzoveel vertalingen en bijna zoveel prijzen en bekroningen. ‘Als meisjes alleen dingen […] doen die ze al kunnen, dan komen we nooit ergens’, zegt de geëmancipeerde mevrouw Vossius. Anna Woltz mag toch best nog wel even doorgaan met dat wat ze al kan, namelijk vlot leesbare jeugdromans schrijven!

De eerste Alix

De eerste Alix

Anna Woltz

Uitgever: Uitgeverij Querido

ISBN: 9789045132037

264 pagina’s

Prijs: € 17,99

Kopen bij Libris