Het is goed voorstelbaar dat je Hotel Zweefkees van Kelly van Kempen alleen al aanschaft voor de heb. Groter en dikker dan gemiddeld valt dit boek dankzij de gebonden en sfeervol geïllustreerde omslag behoorlijk op. Een leeslint had niet misstaan, zo’n boek is het. Sla je het open, dan blijf je vast even watertanden bij de prachtig vormgegeven kaart van de wereld waarin het boek zich afspeelt. Blader je verder, dan kom je langs vele sprookjesachtige illustraties van de hand van Marieke Nelissen, die soms twee bladzijdes beslaan, en tekst die wordt afgewisseld met gedichten en songteksten met qr-codes. Het ziet eruit als een boek waarin je heerlijk kan verdwalen. En spoiler alert: dat is het ook.
Avontuurlijke achtbaan
De tienjarige Kalani woont met zijn adoptieopa in Hotel Zweefkees. Meneer Wolter, de hotelier van Zweefkees, heeft Kalani onder zijn hoede genomen toen diens moeder tijdens de bevalling in het hotel overleed. Nu bestieren ze samen het hotel, dat niet voor niets een populaire accommodatie is. Hotel Zweefkees – Kees voor intimi – leeft: het kan niet alleen zelf zijn deuren openen en lampen aandoen, maar ook zijn emoties tonen én, zoals de naam al aangeeft, vliegen. Kalani en zijn opa leiden een heerlijk onconventioneel zwervend bestaan. Maar dan slaat het noodlot toe, en komt Kalani er alleen voor te staan. Als Kees vervolgens dreigt weg te kwijnen en te verworden tot een gewoon gebouw, moet Kalani een verre reis maken om het hotel te redden. Het is het startsein van een avontuurlijke achtbaan.
Drakengesnurk
Zo origineel als die achtbaan begint, zo onderhoudend is het verhaal dat volgt. Dat komt ten eerste omdat Kelly van Kempen heel goed weet hoe je de spanning opbouwt, en in het bijzonder hoe je dat doet voor een jonge doelgroep. In elk land dat Kalani en zijn gezelschap – dat behalve Kees uit zijn beste vrienden en een steeds bonter gezelschap van hotelgasten bestaat – aandoen, moeten ze een obstakel overwinnen om door te kunnen. Aangekondigd door spannende teaser-zinnetjes zijn dat obstakels in de vorm van feeën die zich arrogant gedragen, draken die met hun gesnurk het hotel in brand laten vliegen of djinns die het hotel voor zichzelf willen houden. Niet té spannend, en dus al heel geschikt om voor te lezen vanaf een jaar of zeven, maar wel zó spannend dat je als lezer én voorlezer maar één ding wil: doorlezen. Want hoe gaat Kalani zich hier nu weer uit redden?
Uit het dankwoord blijkt dat Hotel Zweefkees het resultaat is van een jarenlang schrijfproces. Waarvan akte: dat traject heeft een uiterst zorgvuldig opgebouwd boek zonder losse eindjes opgeleverd. Op een knappe manier worden niet alleen alle kleine avonturen bevredigend en vooral origineel opgelost, ook komen ze uiteindelijk prachtig samen binnen de grote intrige van het redden van Kees.
Ruimdenkende moeders
De bonte stoet aan personages past naadloos in dit verhaal, zeker als de ietwat cliché volwassenen uit het begin – alleen uit op hun eigen gewin, bah! – uit beeld zijn. Het knappe is dat velen van hen een eigen karakter en soms zelfs eigen taalgebruik hebben en een persoonlijke ontwikkeling doormaken. Zoals de plechtig sprekende kikker die zich zo erg aanpast aan zijn crush van het moment dat hij uiteindelijk geen andere uitweg ziet dan diegene compleet te ghosten om uit de relatie te stappen. Tot hij de ware tegenkomt natuurlijk, die hem gewoon neemt zoals hij is. Zo maken de vele bijpersonages mede het verhaal, waarbij de moeders vaak verfrissend ruimdenkender zijn dan de vaders.
Kwart over ja-we-gaan
Dat alles wordt dan ook nog eens zo aanstekelijk verteld dat je niet anders kan dan je laten meevoeren. Waar deze meeslepende queeste iets weg heeft van de Odyssee, maar dan door de lucht, doet het taalgebruik soms op een fijne manier denken aan Paul Biegel, met termen als ‘jokkejoch’ en ‘De Stad van Schat en Schaduw’. Maar Kelly van Kempen heeft vooral een heel eigen geestige schrijfstijl met originele vondsten als ‘het was al kwart over ja-we-gaan’.
Dialogen dragen bij aan de vaart van het verhaal door hun luchtige, humoristische toon: Norma: ‘We zullen verdwalen, van de wereld af donderen en nooit meer terugkomen.’
‘Dus u gaat mee?’ vroeg Kalani. (p.55)
Maar net zo makkelijk komen er poëtische zinnen en levenslessen om over na te denken voorbij. Ieder van de vier delen begint met een motto van de wijze meneer Wolter, zoals ‘Wie de wind vangt van een ander, verliest zelf zijn koers’. Hoewel ‘fysiek’ afwezig in het grootste deel van het boek, blijft hij tot aan het einde toe met al zijn originele zegswijzen een stempel drukken op het verhaal. Zonder daar te veel de nadruk op te leggen maakt Kelly van Kempen duidelijk hoe iemand voortleeft in herinneringen, en hoe helpend en krachtig dat kan zijn. En ook dat het belangrijk is om je verdriet te doorleven, en dat iedereen dat op zijn eigen manier doet. Of je verdriet nou als een doorweekte jas beleeft, die je niet te lang moet dragen, of als sneeuw die moet smelten. Via die prachtige vergelijkingen van verdriet, aangereikt door verschillende personages, en een van meneer Wolters wijsheden komt Kalani uiteindelijk tot zijn eigen wijsheid. Daarmee is niet alleen een belangrijke cirkel rond, maar vindt Kalani ook zijn eigen koers.
En zo komt alles bij elkaar in dit rijke, geestige en ontroerende avontuur.










