Skip to content
Column door Petronella Catharina

Mijn huis is jouw huis

Bij mensen met een groot hart is er meestal een plekje vrij voor anderen. Dat heb ik zelf meermalen ondervonden. Toen wij in 1994 naar Australië emigreerden en uit het vliegtuig stapten, hadden we geen huis en geen andere spullen dan dat wat er in onze koffers zat. We vonden onderdak bij familie. Familie die hun huis voor ons opende en vijf mensen maandenlang onderdak, liefde en zekerheid verschafte.

Een groot hart
‘Is dit nu ons huis?’ vroeg mijn oudste terwijl we met ons vijven de logeerslaapkamer deelden. ‘Dit is jullie huis voor zo lang als nodig,’ antwoordde de tante die een vreemde voor haar was. ‘Jullie kunnen in alle rust wennen aan Australië en je papa en mama kunnen werk vinden en scholen uitzoeken.’
Ik ben dat gevoel van welkom zijn en hartelijkheid nooit vergeten. Dat grote hart van de familie maakte het makkelijker om door alle emigratieperikelen heen te komen. En het heeft mijn hart groter gemaakt. Maar net zoals Pats in het boek Mijn huis is jouw huis, zei ook mijn oudste na drie maanden met andere mensen samenwonen: ‘Ik mis jou in ons oude huis.’
‘Wat mis je dan?’ vroeg ik haar ter verduidelijking.
‘Nou gewoon jou,’ zei ze en ineens zag ik wat ze bedoelde. Immers alles was anders geworden, zelfs de taal die we met anderen spraken was niet meer vertrouwd en ik knuffelde haar stevig en vertelde haar over het land waar we vandaan kwamen, de straat waarin we woonden en ze nestelde zich tegen me aan en tien minuten later sprong ze weer vrolijk door de kamer.

Niemand buitengesloten
‘Jouw huis is ook mijn huis,’ zegt mijn kleinzoon als hij bij mij op bezoek is in de kleine unit die tegen het huis van zijn ouders is aangebouwd en waarin ik sinds de dood van mijn man woon. ‘En mijn huis is ook jouw huis,’ voegt hij er gul aan toe en grijpt het grote boek van Yvonne Jagtenberg uit de boekenkast.
‘We hebben samen een groot huis,’ zeg ik, ‘en daarin is plek genoeg voor iedereen.’
‘Ook voor dieven?’
‘Ja, voor aardige dieven,’ zeg ik met een glimlach.
‘Voor dinosaurussen?’ Hij kruipt bij me op de bank en legt het boek in mijn schoot.
‘Ja, als ze dat willen. Dat lijkt me wel heel grappig. Dan vraagt oma of ze op de rug van de dinosaurus mag zitten.’
Mijn kleinzoon schatert. ‘Voor walvissen?’
’Slimmerd,’ zeg ik. ‘Dan moeten we van een kamer in het huis een zwembad maken. Maar dat kunnen wij en ja, dan kunnen walvissen ook. Zal ik nu voorlezen?’

© afbeelding Yvonne Jagtenberg

Er is ook plek voor Sebastiaan, Berend en Goudlokje
Ik begin voor te lezen en zodra de spin Sebastiaan ten tonele wordt gevoerd klapt mijn kleinzoon het boek dicht en gebiedt dat ik eerst het gedicht van Annie MG Schmidt declameer. Daarna gaat het boek weer open tot we bij Berend Botje, die ook een plek in het huis vindt, zijn aangekomen en we samen het lied door mijn huisje galmen. En als Goudlokje genoemd wordt, moet ik eerst het boek over Goudlokje voorlezen voor we weer verder kunnen met Mijn huis is jouw huis. Vervolgens geeft bijna elke bladzijde van het boek stof tot nadenken, tot een heerlijk gesprek tussen ons. Over relaties, over anders zijn, over dieren, over regels, over alleen zijn, over geen plek hebben, over onbaatzuchtig zijn voor anderen.

Keer op keer geeft dit prachtige geïllustreerde boek ons gesprekstof en ik geniet van het optimistische mensbeeld van mijn kleinzoon waarin we allemaal vrolijk mogen samenleven en het heel gewoon is dat er een paard in de gang staat.

Mijn huis is jouw huis – Yvonne Jagtenberg – Prentenboek Kinderboekenweek 2023