Skip to content
Het grote wielrenboek

Meekijken van proloog tot bezemwagen

‘Karin Lambrechtse is een lopende voedingsencyclopedie’, schrijft Susanne Roos in Het grote wielrenboek. Lambrechtse is de sturende kracht achter wat renners (in dit geval van de ploeg Jumbo Visma) te eten krijgen om zo goed mogelijk te kunnen koersen. De acht renners uit haar ploeg eten tijdens een grote ronde vier supermarktvrachtwagentjes (die dingen die je boodschappen thuis bezorgen) leeg. Het werk van Lambrechtse is een balanceeract tussen wat renners lekker vinden en wat ze beter niet kunnen eten. Ze houdt haar mannen dan wel eens voor de gek. Ze houden van hamburgers bijvoorbeeld maar die kunnen ze eigenlijk beter niet eten, althans niet zoveel. Zij maakt ze dan met weinig gehakt, opgevuld met broodkruimels, havermout, champignons en rice crispies. Dan lijken ze toch nog groot.

Het is een van vele anekdotes die in Het grote wielrenboek zijn opgenomen door Susanne Roos. Ze stelt zichzelf voor als niet zo’n snelle fietser, maar wel liefhebber van koerskijken. De benaming ‘wielrenboek’ is overigens niet helemaal juist. Het boek gaat alleen over wegwielrennen. Over baanrennen wordt niets verteld. Het laat bovendien meer zaken links liggen: Roos vertelt niets over de geschiedenis van het wielrennen en laat ook misbruik (doping) onbesproken. Dat neemt niet weg dat het een informatief en uitgebreid boek is met tal van wetenswaardigheden en persoonlijke verhalen en voorvallen.

Wiellonië
Het grote wielrenboek is ingedeeld als een grote meerdaagse koers zoals de Giro of de Tour de France. Die bestaat doorgaans uit 21 etappes. Zo komt het boek aan 21 hoofdstukken met een proloog en twee rustdagen. De thema’s van elk hoofdstuk houden voor zover mogelijk een verband met die etappes. De proloog gaat over de eerste korte etappe, meestal een tijdritje, op de rustdagen bespreekt Roos technische zaken en tactische kwesties en in het laatste hoofdstuk komen zaken als de rode lantaarndrager (de laatste renner in het klassement) en de bezemwagen aan de orde. De uitleg is degelijk en serieus, bijvoorbeeld als het gaat over energieopwekking en over de verschillende soorten spieren en de werking ervan in het lichaam van een renner.  Maar het leest allemaal heel luchtig. Af en toe zijn er wat grapjes met woordspelingen (‘Wiellonië’) of vormgeving: zo staat het nummer van etappe 13 op zijn kop omdat ook renners dat ongeluksgetal soms omgekeerd op hun shirt dragen.

Helikopter
De luchtigheid wordt verder bevorderd door de vele gesprekjes met renners die in het boek staan. Dat zijn er ruim twintig, met mecaniciens, sportverslaggevers, trainers, begeleiders en vooral fietsers zelf als Van Baarle, Ten Dam, Mollema, Jakobsen, Vollerin enzovoort. Ze hebben allemaal wel een anekdote te vertellen.
Het grote wielrenboek is niet zozeer geschikt om van kaft tot kaft te lezen. Het is leuker om kriskras onderwerpen op te zoeken voor wie wil weten wat er bij een grote wielerkoers allemaal komt kijken. En naar fietsen kijken kun je om de meest uiteenlopende redenen doen, zoals vier kinderen die vertellen over de Amstel Gold Race. Rune (10), die langs de route woont, vindt het leuk om spulletjes te verkopen aan toeschouwers, Ian (9) let vooral op de helikopter boven de koers, Isa (7) vindt het voorstellen van de teams leuk en Mijs (8) gaat graag zelf fietsen om Annemiek van Vleuten na te doen.
De jeugdige  lezers van pakweg 6 tot 12 kunnen met het boek het hele jaar meeleven, want achterin staat de complete kalender van alle meerdaagse wielerkoersen van januari tot oktober.
De frisse vormgeving en illustraties werden verzorgd door Jelle F. Post.

Het grote wielrenboek
Verschenen bij: Uitgeverij Volt
ISBN: 9789021489964
144 pagina’s
Prijs: €20
Verschenen: 2024