Skip to content
Wat is kunst? Begin een eiland…

Licht voor een hoofd vol kennis

Op deze plek mag af en toe wel eens aan bijzondere boeken worden herinnerd die vóór de geboorte van Jong Literair Nederland al het licht zagen. Dergelijke bijzondere boeken zijn Kleuren en Wat is kunst? Begin een eiland…  van Ted van Lieshout. Het laatstgenoemde verscheen in 2020, werd genomineerd voor de Woutertje Pieterse Prijs 2021 en beleefde snel daarna zijn derde druk. Terecht want Van Lieshout slaagt erin om kinderen op een onontkoombare manier te laten ontdekken wat kunst is, hoe kunst werkt en wat kunst onderscheidt van het alledaagse. Maar ook waarom het alledaagse zelfs soms kunst kan worden. Veel hangt af van wat kunst doet met onze manier van kijken naar en beleven van de wereld om ons heen. Het kunstplatenboek Kleuren publiceerde Van Lieshout al in 2019. Het vormt met Wat is kunst? een perfecte twee-eenheid. Beide boeken hebben een vergelijkbare opzet en fysieke uitvoering en versterken elkaar.

Kleuren is van kaft tot kaft dienstig aan het onderwerp van het boek. Zo legt Van Lieshout aan de hand van een schilderij van Pissarro de techniek van het pointillisme uit – puntjes van verschillende kleuren pal naast elkaar vloeien voor ons op afstand over in één nieuwe kleur –, maar gebruikt hij tevens de binnenzijde van het boekomslag om de lezer te laten ervaren wat voor effect het heeft als kleuren dicht bijeen of juist ver van elkaar af staan. En de vellen tussen de hoofdstukken (die allemaal gewijd zijn aan een kleur) illustreren op zich al wat gaat komen. Elke pagina wordt dus benut. In het hele boek komt maar één witte bladzijde voor. Maar zelfs die is niet blanco, want hij leidt je naar het hoofdstuk over de kleur wit.

Gevaar!
Als voorbeeld van hoe Van Lieshout in Kleuren te werk gaat en hoe breed hij zijn duidingen doortrekt, hier een samenvatting van het hoofdstuk ‘Rood’. Daarin begint hij met het antwoord op de vraag welke stoffen wel en niet geschikt zijn om die kleur te maken (bietensap niet, cochenilleluis wel) en vertelt hij waar we rood allemaal tegenkomen en waaróm: mannen dromen van rode sportwagens, rode lippen is sexy, driekwart van de landen heeft rood in de vlag, rode rozen staan voor liefde en vroeger droegen soldaten rood (gevaar! – net als op veel verkeersborden) tot het leger in de gaten kreeg dat de vijand je daardoor sneller zag. Tenslotte geeft hij voorbeelden van schilderkunst waarin rood overheerst, zoals het portret van Samuel Jean de Pozzi van John Singer Sargent. Pozzi staat in een rode kamerjas voor een rood gordijn omdat hij chirurg was (bloed!), veel relaties had (hartstocht!) en zou door pistoolschoten worden vermoord (gevaar!)

Pootjes voor het bed
Ook in het bijna dubbel zo dikke Wat is kunst? doet vrijwel elke pagina mee om het verhaal te vertellen. En net als in Kleuren is de typografie af en toe in kleur, zij het wat minder uitbundig dan in dat eerste boek.
Er is echter ook een duidelijk verschil: Wat is kunst? is avontuurlijker van opzet. In Kleuren was het de schrijver die de (jonge) lezer uitlegde hoe kleuren werken, hoe ze gemaakt en gebruikt worden en wat hun betekenis is. In Wat is kunst? laat de ‘schrijver van dit boek’ een meisje op een onbewoond eiland aanspoelen om haar te laten ontdekken wat kunst is. Zonder school, zonder boeken. Ze hoeft alleen maar haar fantasie te gebruiken en te luisteren naar de verhalen van de schrijver. Elk hoofdstuk begint met een dialoog tussen het meisje – meestal is ze op haar eiland tegen een probleem aangelopen – en de schrijver die uit haar woorden één begrip isoleert dat hij gebruikt als aanleiding voor een nieuwe uiteenzetting. Als het meisje bijvoorbeeld vertelt hoe ze van mos en bananenbladeren een bed heeft gemaakt maar nog niet heeft uitgevonden hoe ze daar pootjes onder krijgt, staat het woord ‘uitgevonden’ in een afwijkende kleur. Vervolgens reageert de schrijver steevast met dezelfde formule ‘Over …. gesproken’, waarbij in dit geval op de puntjes het woord ‘uitvindingen’ staat in dezelfde kleur. Op die manier brengt de schrijver de meest uiteenlopende vormen van kunst ter sprake: beeldende kunst, film, strips, fotografie, architectuur, kalligrafie, kitsch enzovoort. Dat doet hij steeds speels associatief met veel humor, met prikkelende voorbeelden en interessante historische en biografische weetjes. Enkele keren stuurt het meisje flessenpost waaruit uiteindelijk blijkt dat ze inderdaad het een en ander over kunst geleerd heeft.

Verveling
De schrijver maakt onder andere fraai duidelijk dat ‘mooi’ niet het enige criterium is dat bepaalt of iets kunst is, door aan te tonen dat ‘mooi’ voor mensen onbewust te maken heeft met ‘gevaarloos’. Hij trekt een parallel met mooi weer. Dat vinden we veilig. Slecht weer – regen, donder – is dreigend, gevaarlijk. ‘Mooi is een ander woord voor: veilig (…),’ stelt de schrijver dan ook.  ‘Als je bang bent of je niet op je gemak voelt, vind je niets mooi. Je bent bezig met andere dingen: moet je vluchten of je verstoppen?’ Maar een lelijk kunstwerk kan toch mooi zijn ‘omdát het de kunstenaar is gelukt om een gevoel van gevaar op te roepen, terwijl dat gevaar er niet is’.

Van Lieshout gebruikt meer van dat soort beeldende formuleringen om (de betekenis van) kunst te duiden: ‘Kennis geeft lucht aan je hoofd. Kunst geeft er licht aan (…) Dat is de zin van kunst. Kunst krabbelt als het ware met een nagel een gaatje in je hoofd zodat er licht door naar binnen valt’.
Dit citaat komt uit het slot van het boek waarin Van Lieshout op een paar pagina’s na elkaar de ‘stelling’ waarmee hij het boek opende terugbrengt tot de kern door er woorden van af te knabbelen. ‘Kunst is alles wat je doet om niet dood te gaan van verveling’, luidt die stelling op pagina zes. Aan het slot wordt die uitgekleed tot ‘Kunst is alles wat je doet om niet dood te gaan’ en ‘Kunst is alles wat je doet om niet’ tot ‘Kunst is alles wat je doet’. Als je het hoofd dat door kennis gelucht is in een donkere kast zet kan er geen licht meer bij: ’Dan gaat het hoofd dood. Van verveling. Juist.’
Alles tussen pagina zes en deze slotregels heeft overtuigend duidelijk gemaakt dat al die beweringen waar zijn.

Wie zijn of haar kinderen op het spoor van kunst wil zetten kan geen betere gids bij de hand hebben dan Wat is kunst?. En leg dan Kleuren meteen binnen handbereik.

 

 

Adri Altink

Adri Altink heeft belangstelling voor kunst, (cultuur)geschiedenis, taal (Opperlands) en literatuur. Hij leest zowel non-fictie als romans. Boeken die een blijvende indruk op hem maakten zijn Bloedlanden van Timothy Snyder, Congo van David van Reybrouck, In de ban van de tegenstander van Hans Keilson en Doodgewone mannen van Christopher Browning. Fictie-auteurs die hij graag leest zijn Georges Perec, Annie Ernaux, Hervé Le Tellier, Édouard Louis, Bohumil Hrabal en Anjet Daanje. Op Jong Literair Nederland bespreekt hij non-fictie voor kinderen. Adri Altink schrijft ook voor Literair Nederland.

Wat is kunst? Begin een eiland…
Verschenen bij: Uitgeverij Leopold
ISBN: 9789025880095
144 pagina’s
Prijs: €24.99
Verschenen: 2020