Skip to content
De taal van planten

Ken ik jou niet ergens van?

In 1990 vonden natuurbeschermers van Zuid-Afrikaanse reservaten ineens veel dode koedoe-antilopen. Ze stonden voor een raadsel. Stroperijen of een dodelijke ziekte konden vrij snel worden uitgesloten. De werkelijke oorzaak bleek een verrassend gevolg van onwetendheid van de mens over het gedrag van planten. De moordenaar was de acacia. De blaadjes ervan zijn een belangrijke voedselbron voor antilopen. Ze zijn lekker zoet, maar de acacia beschermt zichzelf door bij gevaar het taninegehalte in de blaadjes te verhogen waardoor ze giftig worden. Omdat de smaak op dat moment bitterder wordt gaan de antilopen op zoek naar een verse boom waarvan de blaadjes nog lekker zoet zijn. Totdat dat in dit geval niet meer kon: er stond een hoog hek om het reservaat waardoor de antilopen geen keus meer hadden. Alle acacia’s hadden intussen het giftige tanninegehalte.

Het hek was een menselijk ingrijpen dat misschien niet had plaatsgevonden als we beter begrepen hadden hoe planten met elkaar communiceren. De acacia’s waarschuwen elkaar zodra ze gevaar lopen; in dit geval voor het gevaar van uitroeiing. Het effect was dat de acacia’s steeds eerder naar het gif grepen. En niet alleen acacia’s waarschuwen elkaar.

Ultrasone geluiden
Je mag zeggen dat gedrag van en communicatie tussen dieren al sinds Darwin onderwerp van studie is. Dat planten met elkaar in contact staan en elkaars gedrag beïnvloeden krijgt pas vrij recent wetenschappelijke aandacht. Wat voorheen als wat zweverig geklets gold, zoals dat planten reageren op muziek, krijgt nu serieuze aandacht.

De laatste jaren is er zo bijzonder veel belangstelling voor de wereld ondergronds, het Wood Wide Web, een stelsel van schimmels die een netwerk van verbindingen vormen tussen wortels waarlangs planten informatie aan elkaar doorgeven. En nog pas een paar maanden geleden berichtte het wetenschappelijke tijdschrift Cell dat het vermoeden dat planten ultrasone geluiden maken is bevestigd door fijngevoelige richtmicrofoons.
Geen wonder dat het verschijnsel nu ook in non-fictie jeugdliteratuur wordt beschreven. Zoals in het kleurrijke De taal van planten van Helena Haraštová en Darya Beklemesheva. De Tsjechische Haraštová is dramaturge, vertaalster en moeder. Dat laatste bracht haar ertoe zelf kinderboeken te schrijven over uiteenlopende onderwerpen, vaak over de natuur. De illustratice Darya Beklemesheva werkt graag met collages en dat is te zien aan de tekeningen in het boek.

Slim
Het verhaal van de acacia’s en de koedoe-antilopen staat in een hoofdstuk over geuren van planten. Het krijgt een vervolg in de reactie van de antilopen die er zelf ook weer iets op vonden. Ze leerden de acacia’s te benaderen tegen de wind in, zodat de acacia’s ze niet vooraf ‘roken’. Planten blijken dus ook te kunnen ruiken. En ze hebben andere zintuigen zoals de tast en het gehoor. Horen kunnen ze omdat geluid een verzameling golven is die membranen van de plant in beweging brengen: ‘Geluidsreceptoren in planten zijn ongelooflijk slim, ze kunnen een geluidsbron herkennen en erop reageren’.

Het is een bijna magische wereld die door Haraštová en Beklemesheva beeldend en helder wordt beschreven en geïllustreerd. Dat laatste bijvoorbeeld in een prachtige tekening van het – in de Nederlandse vertaling het Woudwijde Web genoemde – netwerk van beïnvloedingen, waarop ondergrondse schimmeldraadjes, wortels, moederplanten, jonge en oude planten en zaailingen en paddenstoelen in één beeld zijn vervat.

De tekeningen zijn soms ook grappig, zoals in het hoofdstuk over het ontstaan van leven uit eencellige organismen: dieren en planten hebben dus een gemeenschappelijke verre oorsprong, uitgedrukt in een tekeningetje waarin een muis tegen een bloem zegt ‘Ken ik jou niet ergens van?’ Het antwoord van de bloem is: ‘Ik kan het me niet herinneren’. Dat is niet zomaar een antwoord, want verderop in het boek wordt uitgelegd dat planten wel lange tijd ervaringen kunnen vasthouden, maar geen herinneringen hebben. Ze herinneren zich, zo staat in een tekst over de groeirichting van planten bij wind, ‘hoogstwaarschijnlijk niet de gebeurtenis zelf, maar alleen maar de reactie die een beloning opleverde’.

De taal van planten spreekt aan. Het laat je geboeider om je heen kijken.

 

 


Om Jong Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via deze link. Waarvoor onze hartelijke dank!

Adri Altink

Adri Altink heeft belangstelling voor kunst, (cultuur)geschiedenis, taal (Opperlands) en literatuur. Hij leest zowel non-fictie als romans. Boeken die een blijvende indruk op hem maakten zijn Bloedlanden van Timothy Snyder, Congo van David van Reybrouck, In de ban van de tegenstander van Hans Keilson en Doodgewone mannen van Christopher Browning. Fictie-auteurs die hij graag leest zijn Georges Perec, Annie Ernaux, Hervé Le Tellier, Édouard Louis, Bohumil Hrabal en Anjet Daanje. Op Jong Literair Nederland bespreekt hij non-fictie voor kinderen. Adri Altink schrijft ook voor Literair Nederland.

De taal van planten
Verschenen bij: Uitgeverij De Vier Windstreken
ISBN: 9789051169423
32 pagina’s
Prijs: €15.99
Vertaling door: Django Mathijsen
Verschenen: 2023