Skip to content
Column door Miet De Bruyn

In de ban van de boog

Tien jaar geleden was er in de Antwerpse Kronenburgstraat een fantastische boekhandel, de TseTse. Eerst was het de stripboekenwinkel van Tim, een super enthousiaste stripverhalenkenner. Later kwamen er kinderboeken bij, de passie van zijn vriendin Sarah. Je ontdekte er elke keer weer bijzondere strips en buitengewone kinderboeken. Ook voor leuke hebbedingetjes en postkaarten kon je bij hen terecht. Bovendien werd je er door het jonge stel steeds heel warm onthaald en ontstond er altijd wel een interessant gesprek. Helaas, soms kunnen mooie liedjes niet blijven duren, en de TseTse is niet meer. 

Met Guust, het zoontje van Tim en Sarah, las ik een keer in zijn lievelingsboek. Net als zijn ouders had Guust een hele goeie smaak. Het boek dat we toen samen lazen, was Kodo – De weg van de Boog, een heel bijzonder verhaal van Bert Kouwenberg, met onvoorstelbaar mooie illustraties van Mark Janssen. Het boek vertelt het verhaal van Kodo, een jongen van een jaar of negen, en zijn vader, die in het Veerhuis aan de Rivier wonen. Het is een spannend en poëtisch verhaal over opgroeien en wijzer worden. Het boek is uitgegeven op extra groot formaat, waardoor de prachtige prenten van Mark Janssen helemaal tot hun recht komen. Mark Jansen heeft duidelijk veel bewondering voor de Japanse prentkunst en je vindt alle traditionele Japanse motieven terug in zijn illustraties. Janssen voegt daar eigen elementen aan toe in zijn onnavolgbare prachtige stijl. Ook Bert Kouwenberg geeft in zijn verhaal de Japanse sfeer voortreffelijk weer. 

Alsof dat allemaal nog niet fantastisch genoeg was, maakte ik in dat boek ook nog eens kennis met de haiku, een typisch Japans gedicht, dat oorspronkelijk vooral natuurbelevingen beschreef. Het doet dat in 17 lettergrepen, verdeeld over telkens slechts drie versregels, in een schema van 5-7-5. Bert Kouwenberg citeert doorheen het boek meerdere haiku’s van de grote Japanse haikumeesters. Meteen betoverd was ik, door deze prachtige, korte uitgepuurde gedichten. Less is more. 

Dankzij Guust en Kodo, werd ik zo vanaf 2014 een fervente haiku-lezer. Een haiku-schrijver werd ik pas later. In een schrift met op het kaft een schitterende Japanse prent van Katsushika Hokusai, schreef ik in 2020 mijn eerste haiku. Ik ben niet meer gestopt. Intussen zijn we vier jaar en tien schriften later. Als mijn man mij op de gekste momenten op mijn vingers ziet tellen, weet hij het al: ze telt lettergrepen voor een haiku. Nu de lente dit jaar toch eindelijk echt zijn intrede lijkt te doen, wil ik graag eindigen met deze bekende lente-haiku van Arakida Moritake (1473-1549):

 Zag ik een bloesem
die naar haar tak terugkeerde?
Ach, ’t was een vlinder.

 Kodo – De weg van de boog verscheen in 2014 bij Clavis en als je het nog ergens te pakken kan krijgen, jubel en juich dan en koop het meteen. Je zal er nooit spijt van krijgen. En nooit genoeg.