Skip to content
Julia en mijn broer en ik

Goed geschreven jeugdboek over verliefdheid, vriendschap en verboden middelen

Herman van de Wijdeven heeft met Julia en mijn broer en ik opnieuw een mooi jeugdboek geschreven. De roman gaat over grote dromen, verliefdheid en vriendschap, broers, verboden middelen en smokkel, maar ook over tienerworstelingen zoals de zoektocht naar de eigen identiteit. Het verhaal is spannend en niet alleen toegankelijk en vlot geschreven, maar ook met zorg en liefde voor de taal.

De Nederlandse acteur en toneelschrijver Van de Wijdeven heeft al meerdere jongerenromans gepubliceerd. Zijn debuut Zoals het gebeurd is uit 2016 is lovend ontvangen en bekroond met de vijfjaarlijkse Belgische jeugdboekenprijs de Lavkiprijs. Daarnaast zijn die titel en de jeugdroman Leugenaar, leugenaar uit 2020 genomineerd voor de Jonge Juryprijs, de publieksprijs voor het beste Nederlandse jeugdboek in de leeftijdscategorie 12 tot en met 15 jaar.

Esse, Jakob en Julia
In Julia en mijn broer en ik volgen we Jakob, zijn broer Esse en diens vriendin Julia enkele dagen in een in meerdere opzichten broeierige zomervakantie. Het is direct al duidelijk dat de relatie tussen Esse en Julia niet alleen maar liefdevol is. Als Esse ‘Juul!’ roept, constateert de jongere Jakob: ‘Mijn broer gebruikt altijd maar de helft van haar naam. Omdat hij haar maar half kent. Julia is dan wel zijn liefje, zoals hij dat zelf zegt, maar bij haar andere kant kan hij zich niets voorstellen.’ Als Esse Julia roept hijgen Jakob en Julia net uit van een verhit partijtje één tegen één-voetballen. Tussen Jacob en Julia is veel vriendschap, verwantschap en warmte. Zó veel, dat het Jakob verwart, want opwindt.

Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van Jakob die vaak mopperig doet over zijn grote broer, niet alleen omdat hij verkering heeft met Julia en haar volgens Jakob niet waard is, maar ook omdat hij zonder veel zelfinzicht opschept over zijn voetbalkwaliteiten en niets met zijn jongere broertje Jakob te maken wil hebben. Jakob is in veel opzichten een tegenpool van Esse. Hij lijkt niet zo stoer en sterk en wat voetbal betreft kan hij er ‘geen bal van.’ En terwijl Esse bij de jaarlijkse dorpskermis een stoer bijbaantje heeft bij de botsautootjes, kan Jakob nog geen geweer vasthouden, laat staan een prijs schieten. Maar als Jakob ontdekt dat zijn broer ‘vage figuren’ treft en Julia hem later inlicht over de ware aard van deze contacten, blijkt meer en meer wie de echte held is.

Vrienden, vijanden en liefde
Jakob heeft een vrolijk en origineel vriendengroepje. Meisje Millie ‘is niet van hier’, ze komt uit de stad. Volgens Esse heeft ze ‘enge ogen’, omdat ze dwars door je heen kijken. Zo voelt Jakob dat ook wel een beetje. Daarom is hij blij dat Millie voor een paar dagen naar haar oma in de stad vertrekt, want ze komt hem soms te dichtbij en ziet wat hij van plan is of wil, zoals ze ook zijn belangstelling voor Julia haarfijn aanvoelt. Verder zijn er drie jongens met bijnamen als Kilo (vanwege de kilo’s kersen die hij als kind verorberde), Soof (de denker) en Eenoog (die een tijdje met een afgeplakte bril heeft gelopen). Die vrienden zijn uit het goede hout gesneden en dapper en wijs. Ze helpen Jakob onvoorwaardelijk als hij zich in het wespennest mengt waar zijn broer zich in gestoken heeft.

De enge slechteriken met wie Jakob zich ingelaten heeft zijn Gio (‘Rocky’) en zijn zoon Linus Wevers die vanuit de oude directeurswoning van de voormalige steenfabriek in die arme buurt louche zaakjes bestieren. Esse is daarbij betrokken geraakt door zijn diepgewortelde wens profvoetballer te worden.

Julia is de vriendin van Esse. Ze vraagt zich tegen Jakob hardop af, of Esse wel in meisjes geïnteresseerd is.  Jakob is dat zeker wel. Hij krijgt om de haverklap ‘bulten in zijn broek’ in Julia’s aanwezigheid. Hij meent een wederzijdse belangstelling te voelen, maar dat is voor hem ingewikkeld te duiden, omdat Julia tegenstrijdige signalen afgeeft. Ze (b)lijkt een meisje te zijn dat ‘nee’ zegt maar ‘ja’ bedoelt, wat een beetje een jammer voorbeeld is voor de zoekende tienerlezer, die hier hopelijk geen algemeen geldende conclusie uit trekt.

Van de Wijdeven is een stijlvolle schrijver. Het verhaal leest vlot en bevat frisse tienerwijsheden, bijvoorbeeld als Jakob op een precair moment één van Soofs wijsheden toepast ‘Een lastige vraag beantwoorden met een nog lastiger vraag’. Het is mooi en verzorgd geschreven. Nakomerzusje Nora ‘zingzucht’ impressionistisch en de schrijver gebruikt ook regelmatig alliteraties en mooie beelden. De wolken lijken bijvoorbeeld op ‘lichte en langgerekte vogelveren’, als de zon opkomt is het ‘binnen de kortste keren bloedheet’ en Jakob gaat dan ‘languit liggen in het gras’.

Na alle spanning en vaart vertrekt Julia en op de laatste pagina loopt Jakob het verhaal uit met vriendin Millie aan zijn zij. Zij is de vriendin die hij eigenlijk niet wilde. Wie weet komt het tussen hen toch nog goed, want ‘We maken even ruimte tussen ons in, voor een grote plas, en bewegen dan als vanzelf weer naar elkaar toe.’

Joke Aartsen

Joke Aartsen (1959) is Neerlandica (Letterkunde, RUG). Ze heeft ruim 32 jaar onderwijservaring als eerstegraadsdocent Nederlands op een middelbare school in Friesland. Haar hart heeft al die jaren met name bij de (jeugd)literatuur en leesbevordering gelegen. Als docent heeft ze in de onderbouwklassen altijd meegedaan aan het Jonge Jury leesbevorderingsproject, maar ook aan alle andere leesbevorderingscampagnes als Nederland Leest en Geef een boek cadeau en aan het poëzieproject Doe Maar Dicht Maar.

Julia en mijn broer en ik
Verschenen bij: Uitgeverij Querido
ISBN: 9789045129600
160 pagina’s
Prijs: €17.99
Verschenen: 2023