Skip to content
Column door Miet De Bruyn

Èn: mag het?

Mogen kiezen
Op 9 juni jongstleden vonden erin de EU Europese verkiezingen plaats. Alle inwoners van een EU-land hadden het recht om te stemmen. Over dat stemrecht gaat ook de recente Italiaanse film C’è ancora domani (Er is nog morgen) van Paola Cortellesi. De film toont hoe huiselijk geweld tegen vrouwen in het Italië van kort na W.O. II algemeen aanvaard was. Daarnaast gaat de film ook over het stemrecht voor vrouwen, dat Italië kreeg in 1946. De vrouwen in de film vechten voor dat stemrecht, tegen hun mannen, tegen partijbonzen, tegen ambtenaren, … De scène waarin Delia eindelijk haar stem heeft uitgebracht, ondanks alles én heel symbolisch met de hulp van haar dochter, is absoluut onvergetelijk.

 Moeten kiezen
Vechten om te mogen stemmen, onvoorstelbaar voor ons, hier en nu; elders op de wereld, wel nog aan de orde, helaas. Mogen stemmen is zonder enige twijfel een geweldig voorrecht. Moeten stemmen (zoals bijvoorbeeld in België) is dan weer iets anders, want moeten stemmen is ook moeten kiezen. Wat als je niet kan kiezen, of niet wil kiezen? Wat als je van de ene partij en/of de ene kandidaat, dit wel OK vindt en van de andere dan weer dat? Wat als je niet links of niet rechts bent, niet progressief of niet conservatief, maar van alles een beetje, naargelang de situatie en de context? Dan heb je een probleem, want volgens het systeem kan dat niet. Je mòet kiezen: het is het ene òf het andere. Dat geldt echter niet alleen voor verkiezingen; van dat systeem is onze hele samenleving doordrongen. Het gedualiseer en gepolariseer is niet van de lucht. Waarom in ’s hemelsnaam en waar staat gebeiteld dat het zo moet?

 Of/en
Volgens de westerse psychologie zit duaal denken in òns systeem: het zou een verdedigingsmechanisme zijn. Onze hersenen vinden informatie verwerken die onduidelijk en ambivalent is, moeilijk. Daarom hebben ze de neiging om alle informatie waaraan ze blootgesteld worden, te dichotomiseren (afgeleid van het Griekse dichotomia= tweedeling). Ze vernauwen het hele scala aan mogelijkheden tot slechts twee categorieën: het ene of het andere. Overzichtelijk en dus lekker makkelijk. Want bij méér opties, zijn de dingen niet eenduidig en kunnen er tegenstrijdige gevoelens ontstaan. Daar houden we niet van en dus gaan we vereenvoudigen: het is het ene of het andere. De westerse filosofie, met onder andere Plato, Aristoteles en Descartes, gaat ook uit van een tweedeling. Lichaam en geest, het stoffelijke en het onstoffelijke, … worden er bijvoorbeeld gezien als aparte entiteiten. De oosterse filosofie vertrekt ook vanuit dualiteit, maar vanuit een complementaire en niet vanuit een tegenstellende tweedeling. De dingen bestaan slechts in relatie tot elkaar, in vergelijking met elkaar. Het absolute bestaat niet: er is geen absoluut donker of licht. ’s Nachts kan je toch nog zien en overdag zijn er altijd schaduwen. Niets is alleen maar het ene of het andere, het ene heeft het andere nodig; het ene vult het andere aan: het ene èn het andere dus.

Van alles wat
Natuurlijk is het fantastisch dat we mògen kiezen en natuurlijk mòeten we soms ook kiezen, bijvoorbeeld tussen goed en kwaad. Al is ook dat niet helemaal absoluut: bijna niets of niemand is alleen maar goed of alleen maar slecht. Zo ook Bod Pa niet in Het boek van Bod Pa, in 1995 geschreven door Anton Quintana. De setting van het verhaal is een niet nader genoemde tijd en toendra. Volgens de achterflap van het boek speelt het zich ergens in Centraal-Azië af, ten tijde van Marco Polo. Bod Pa is het ongrijpbare hoofdpersonage in een weerbarstige, maar meesterlijke jeugdroman. Hij is een zuipschuit èn een kampioen zwaardvechter, uitbundig vrolijk èn diep verdrietig. Hij gelooft in de waarheid èn in de leugen; hij ziet de schoonheid èn de lelijkheid. Hij is platvloers èn diepzinnig, heilig èn sluw, wijs èn dwaas. Zijn we zo niet allemaal, op tijd en stond? En mag het, alsjeblieft?