Skip to content
Column door Miet De Bruyn

En ik vlieg, vlieg, vlieg

Als je kinderen of kleinkinderen hebt, ken je misschien wel Het Vliegerlied van de Dikdakkers. Eén van mijn achternichtjes is absoluut gek op dat nummer. Ze posteert zich voor de televisie, vraagt om de clip van ‘de vlieger’ en doet dan vol overgave mee. Haar vader stuurde me de video die hij maakte van zijn dochter. Weken aan een stuk heb ik elke morgen bij het wakker worden dat filmpje bekeken. Dan werd het telkens weer ‘een hele mooie dag.’ De inspirerende kracht van muziek.

Onlangs zag ik daar nog een staaltje van, in de HNITA Jazzclub in Heist-op-den-Berg, één van de oudste actieve jazzclubs van Europa. Hnita is de achtste-eeuwse benaming voor de Nete, de rivier die door Heist stroomt. De jazzclub werd in de jaren vijftig opgericht door Juul Anthonissen, een bekende Belgische jazzkenner en radioman. De club was vanaf 1983 gevestigd in een oude hoeve in Heist-op-den-Berg. Legendarische concerten vonden daar plaats; alle groten uit de jazzscene traden er op. Helaas geraakte de hoeve in de loop der jaren in verval, bij gebrek aan fondsen om haar degelijk te onderhouden. De club zocht noodgedwongen andere oorden op, maar het heimwee naar de hoeve bleef bestaan. In 2018 werd het gebouw gered door vrijwilligers en werd de vzw HNITA Jazzclub nieuw leven ingeblazen. De club huist, samen met een supergezellig café, opnieuw in de HNITA hoeve en wordt daar nu mee gedragen door tientallen vrijwilligers. Ik maak een diepe buiging voor hen. Vrijwilligers zijn bijzonder: wat ze ook doen, ze doen het altijd met plezier. En dat voel je. Niet alleen bijzonder, maar ook onmisbaar zijn ze, en onbetaalbaar, ook letterlijk. Stel je eens voor hoe onze samenleving eruit zou zien, zonder vrijwilligers.  Bar, heel bar zou dat zijn (pun intended!). De wervende kracht van muziek.

Een paar zaterdagen geleden, speelde Paul Lamb en de Kingsnakes, een geweldige Britse bluesband, in de club. De muziek was hot en steamy, de band speelde en zong de pannen van het dak en het publiek, waaronder ik, was laaiend enthousiast. Tijdens de pauze stond ik van een afstandje te kijken naar de bar. Daarachter was mijn echtgenoot, samen met drie andere vrijwilligers en een professionele barkeeper, druk bezig iedereen te voorzien van het door hem of haar bestelde drankje. Ze waren zo duidelijk in hun sas en volkomen op elkaar ingespeeld. De sfeer was warm en ontspannen. Ik kon hun plezier niet alleen overduidelijk zien, ik voelde de warmte tot waar ik stond. Want ook zij vlogen, vlogen, vlogen. En ook dit was weer een hele mooie dag. De verbindende kracht van muziek.

Over de kracht van muziek gaat ook de Young Adult roman Merel van Sarah Moon. Merel is een slimme, stille, wat eenzame puber, die droomt van vliegen. Op een dag wordt ze van het dak van de school gehaald en iedereen vraagt zich af wat ze daar deed. Wou ze springen? Merel weigert erover te praten en wordt naar een therapeute gestuurd. Uiteindelijk belandt ze, tegen haar zin, op een muziekkamp. Daar ontdekt ze dat de basgitaar haar vleugels geeft en langzaam maar zeker begint Merel contact te leggen met anderen. En ze vliegt, vliegt, vliegt. De helende kracht van muziek.

Om te vliegen, heb je niet meer nodig dan muziek. Vlieg ze.