Skip to content
Column door Petronella Catharina

Een nieuw Nederlands voorleeskind

Ik deed jaren mijn best om oma te worden. Eind 2019 was het eindelijk zover. Een paar weken voor mijn kleinzoon geboren werd vroeg mijn dochter mij om met de baby in het Nederlands te communiceren en voor te lezen, zoals ik ook altijd met haar gedaan had. Ik hoefde niet na te denken, straalde bij haar verzoek, en haalde meteen de ooit vanuit Nederland meegenomen dozen vol Jip en Jannekes, Nijntjes, Pinkeltjes en andere kinderboeken uit de schuur.

In mijn zogeheten ‘grannyflat,’ tegen het huis van mijn dochter aangebouwd na het overlijden van mijn partner, maakte ik een boekenplank leeg en zette daar de veel gelezen kinderboeken in. De boeken zagen eruit als ooit intens gekoesterde teddyberen, half versleten, hier en daar een oog of een arm missend, maar leesbaar. Ik zag scheuren in sommige bladzijden, vegen van vieze handjes, gekrulde paginahoekjes en op een enkele bladzijde was met een kleurpotlood een kinderartiest enthousiast bezig geweest.

Laat de poppetjes dansen

Zoals destijds mijn drie baby’s mij gefixeerd en vol verbondenheid aankeken, zo keek mijn kleinzoon mij aan. Het leek alsof het de normaalste zaak van de wereld was dat ik Nederlands met hem sprak. Alsof ik hem een rustmoment bood in een wereld waarin hij à la minuut overspoeld werd door de Australische spreektaal, als landde hij, net zoals zijn moeder ruim vijfentwintig jaar eerder, op het vliegveld van Cairns. Voorzichtig liep ik met hem in mijn armen door het huis, zingend: “Hop Marjanneke, stroop in ’t kanneke, laat de poppetjes dansen.” Of, “Zagen zagen wiedewiedewagen, Jan kwam thuis om een boterham te vragen.”

Terwijl ik de woorden zong voelde ik een schaamte vanwege de gedateerde inhoud, maar mijn repertoire was na de emigratie niet aangevuld en ik troostte me met de gedachte dat een baby enkel de klanken opvangt en nog niet de betekenis. Tegelijkertijd realiseerde ik me dat ik in de Nederlandse cultuur en taal nu iemand was die nooit méér had leren tekenen dan de zogenaamde stokfiguurtjes. De subtiele Nederlandse taalontwikkeling was in Australië grotendeels aan mij voorbijgegaan.

Als iets goed is dan maakt ouderdom niet uit

Laatst onderzocht ik hoe ik moderne Nederlandse kinderboeken kon kopen en schrok zo van de verzendkosten tussen Nederland en Australië dat ik ervan afzag. Daarnaast wist ik nog niet welk boek bij mijn kleinzoon zou passen. Dat te weten is belangrijk voor mij want ik geloof steevast dat de liefde voor het lezen, de kunst om te luisteren tijdens het voorlezen ontstaat door verhalen die aansluiten bij de ontwikkeling en persoonlijkheid van het kind.

©Fiep Amsterdam bv; Fiep Westendorp Illustrations.
@Han G. Hoekstra /Meulenhoff

Gefrustreerd met mijn verouderde kennis van het Nederlands en mijn gebrek aan hedendaagse kinderboeken liep ik naar mijn boekenkast waar mijn oog viel op een groot boek met de titel: “Rijmpjes en versjes uit de nieuwe doos,” geschreven door Han G. Hoekstra en met schitterende illustraties van Fiep Westendorp. Ik glimlachte om het woord ‘nieuwe’ en bladerde door het boek. Tot mijn grote vreugde ontdekte ik een aantal prachtige, bijna tijdloze versjes, zoals ‘De brilslang’ en ‘Van een duizendpoot’ en ik wist zeker dat mijn kleinzoon zou schateren zodra hij de betekenis van de woorden kende.

Petronella Catharina

Petronella Catharina emigreerde in 1994 naar Australië, maar blijft heimwee houden naar Nederland. Ze leest dan ook veel Nederlandse boeken en heeft haar kinderen, en nu haar kleinkind, altijd voorgelezen in het Nederlands. Samen met een schrijfvriendin schreef zij de twee Nederlandse kinderboeken 'Fleur en Avril', boeken voor kinderen vanaf negen jaar met als thema’s emigratie en vriendschap. Na een loopbaan in het welzijnswerk, richt Petronella Catharina zich nu helemaal op het schrijven, zowel in de Nederlandse- als in de Engelse taal. website: https://www.petronellacatharina.com