Skip to content
Column door Petronella Catharina

Dit is onze wereld

Een emigratie heeft voor- en nadelen. Een groot nadeel is dat ik aan mijn drie kinderen uit moest leggen waarom we emigreerden. Waarom ze niet meer bij neefjes en nichtjes woonden. Niet meer in de straat waarin ze met buurkinderen, en die waren er veel, speelden. Waarom het niet meer sneeuwde. En waarom het zo heet was, dag in dag uit. Bijna alles was anders geworden, zeiden ze. De wereld die ze kenden was weg.
’Zijn wij nu ook anders geworden, mama?’ vroeg mijn toen vijfjarige dochter. ‘Nu zijn we niet meer mensen van Nederland. Nu zijn we mensen van een ander land. Maar ik wilde mij blijven.’

Een wereldkind
Ik legde haar uit dat ze altijd zichzelf zou blijven, waar ze ook woont. En dat ze een kind van de wereld is. Maar dat haar papa heimwee had naar Australië, het land waar hij geboren was.
‘Maar ik ben in Nederland geboren,’ zei mijn dochter wijs. ‘Ik heb nu heimwee naar Nederland.’ En toen ze een tiener was, zei ze het weer: ‘Ik heb heimwee.’ Jaren later, als jongvolwassene, vertrok ze. Naar Nederland. Ze bleef daar. Ze was weer op haar stekje, haar stukje wereld. Daar waar ze geboren was.
Haar jongere zus en broer voelden juist wel een verbinding met het land waarnaar we emigreerden en hebben een minder groot verlangen naar hun geboorteland.
Toch verbaas ik me over die sterke band die we al van jongs af kunnen hebben tot een land, een cultuur, een omgeving waar we geboren zijn. Alsof wij deel van het land zijn, zoals een berg, een boom, een rivier.

Een wereldmix
Mijn kleinzoon is in Australië geboren. Hij is Australiër en heeft een moeder die in Nederland geboren is en een vader die als kind in Zuid-Afrika opgroeide.
‘Waarom woon jij niet meer in Nederland, oma?’
‘Omdat ik dan niet meer bij jou zou zijn, schattebout. Ik zou je veel te veel missen.’
‘Maar dan kom ik toch bij jou, oma,’ zegt mijn kleinzoon wijs.
‘Nederland is erg ver weg van Australië,’ probeer ik uit te leggen, maar mijn kleinzoon heeft een idee. Hij loopt naar zijn slaapkamer en haalt de lichtgevende wereldbol die op zijn nachtkastje staat.
‘Daar is Australië, oma.’ Hij wijst met zijn vinger het grote eiland aan. Vervolgens wijst hij naar Nederland. ‘Zie maar, helemaal niet ver weg van elkaar. Kijk, nu stap ik in een ander land,’ zegt hij terwijl hij met zijn vinger de Sahara aanwijst. En daar is Zuid-Afrika.’

Van Alaska tot de Amazone
Ik kijk aandachtig met mijn kleinzoon naar de wereldbol en vertel hem dat mensen op veel plekken in de wereld leven en dat ze dat op verschillende manieren doen maar dat we uiteindelijk vooral veel hetzelfde doen en zijn. We zijn allemaal wereldmensen, met verlangens en dromen.
‘Wacht,’ zeg ik even later, ‘ik heb een prachtig boek dat we samen kunnen lezen en bekijken. Een boek over de wereld, waarin je kinderen ontmoet net als jij, zoals bijvoorbeeld Nasima die in Bangladesh woont, Alex uit New York, of Connor, Jaime, Nov, Nettie, Esrin en anderen uit het land waarin zij leven.
Als we dat boek lezen is het net alsof we een reis over de wereld maken. We zien kinderen zwemmen met schildpadden, we kijken naar huizen van modderstenen of naar tenthuizen waarin kinderen wonen, we beleven hun dagelijkse avonturen. Het boek heet: ‘Dit is onze wereld,’ en is geschreven door Tracey Turner en schitterend geïllustreerd door Asa Gilland.’
Als ik het verhaal voorgelezen heb en mijn kleinzoon de prachtige illustraties bekeken heeft, als we een tijdlang over de teksten praatten, staat hij op en knipt het licht van de wereldbol weer aan. ‘Oma, kan je mij laten zien waar Nasima woont? Ik wil bij alle kinderen uit het boek op bezoek.’