Skip to content
Column door Miet De Bruyn

De dapperen

Vorige week zag ik Anselm, de film van Wim Wenders over kunstenaar Anselm Kiefer. Wat een wervelwind van een film en wat een indrukwekkende kunstenaar. Zijn werken zijn zo monumentaal dat hij ladders, stellingen en hoogtewerkers nodig heeft om ze te maken. Je kan niet anders dan je klein voelen als mens, als je voor zo’n werk staat. Dat is misschien ook wel één van de bedoelingen van Kiefer.

Wat ik nog veel indrukwekkender vind, is hoe hij rustig zijn eigen gang gaat; hoe hij zich niet van de wijs laat brengen. Kiefer werd in 1945 geboren in Donaueschingen in het Zwarte Woud en groeide op in het Duitsland van vlak na W.O.II Die oorlog blijft zijn leven lang een grote impact op hem hebben. Zo maakt hij in zijn werk bijvoorbeeld gebruik van de Duitse volksverhalen, mythes, legendes, … die de nazi’s zich toegeëigend hadden. Daar krijgt hij aanvankelijk zware kritiek op. In de decennia vlak na de oorlog was het compleet onaanvaardbaar om te verwijzen naar thema’s en verhalen, die door de nazi’s besmet waren. Die kritiek raakte hem, maar hij vond het niet kunnen dat de nazi’s op die manier een deel van de cultuur en de geschiedenis van Duitsland monopoliseerden. Dus liet hij zich niet ontmoedigen en bleef hij zijn ding doen. Diezelfde werken kregen jaren later trouwens veel lof. Om maar te zeggen: gelukkig liet hij zich niet (mis)leiden door de waan van de dag.

Zo moedig vind ik ze, de mensen die onvermoeibaar tegen de stroom in blijven roeien, hoe zwaar dat ook is. Wat hebben we ze nodig die dapperen, de voorvechters, die zich niet de weg laten wijzen door andere, luide, tijdelijke, dwaze, wijze, … meningen. Dat ze ons, vaak minder moedig, zichzelf laten zien en ons doen nadenken, daar ben ik ontzettend dankbaar voor. Of ze gelijk hebben of niet, doet er niet toe en we hoeven het ook niet met hen eens te zijn. Dat ze ons doen stoppen en stilstaan, daar gaat het om.

Toen hij een jaar of vijf was, tekende één van onze kleinzonen een prachtig portret van zijn opa. Vol zelfvertrouwen en zonder enige aarzeling begon hij met het tekenen van een héél groot rondje. Vervolgens werd het rondje een kopvoeter en werd die prachtig grillig ingekleurd met oliekrijtjes. Opa’s buikje is nogal prominent en dat was wat hij tekende. Het was voor hem duidelijk zijn opa en reuze trots was hij op zijn kunstwerk. Wij ook. Onbetaalbare moderne kunst was het. Nu is hij elf en vindt hij nog steeds dat wat hij tekent, moet lijken op wat hij ziet. Alleen krijgt hij het zo niet meer op papier. Dus vindt hij dat hij niet kan tekenen en probeert hij het zelfs niet meer. Hoe komt het toch dat kinderen vanaf een bepaald moment met andere ogen gaan kijken? Hoe komt het dat ze hun fantasie het zwijgen opleggen? Hoe komt het dat ze zo het plezier verliezen in tekenen, kleuren, schilderen, boetseren, … en kunnen we daar iets tegen doen? Misschien kan Dit is geen cobra van Bette Westera en Sylvia Weve hierbij helpen. Het boek won in 2020 de Zilveren Griffel en dat is geen wonder. Het is een heerlijk prentenboek, vol kleurrijke, grillige, fantasievolle beelden. Bovendien zit het boordevol humor en spat de vrolijkheid eraf. Wat je tekent, hoeft niet te lijken op wat je ziet. Wat jìj ziet hoeft niet te lijken op wat of wie het is. Het mag echt, een roze kanarie op wieltjes of een knalgroen zelfportret.

Hou papier en verf bij de hand, want wie weet wat dit boek teweegbrengt!