Skip to content
Column door Petronella Catharina

De verleiding

‘Pas op, niet aankomen! Laat dat staan!’ Hoe vaak sprak ik die woorden toen mijn kinderen peuters en kleuters waren? Soms klonk het als een dagelijkse mantra.
En vanaf het moment dat mijn kleinzoon niet meer in de winkelwagen wil zitten tijdens het boodschappen doen, maar als een wervelwind door de winkel rent, betrap ik me erop weer die veelzeggende opvoedkundige woorden te bezigen. Er ligt zoveel verleidelijks voor een driejarige uitgestald en zoveel op grijphoogte dat ik hem, voor mijn broodnodige winkelrust, nog graag in een kar vervoer.

Piratenschip
‘Ik ben al drie,’ zegt mijn kleinzoon en hij schudt nee als ik hem wil optillen. Ik probeer de winkelwagen heel interessant te maken. ‘Dit is niet zomaar een kar,’ zeg ik met een geheimzinnige blik, ‘dit is een speciaal piratenschip. En oma heeft een piraat nodig die in het schip staat en uitkijkt voor andere schepen op de oceaan. Kijk eens, daar is een meneer met een torenhoge wc-rollenmast op zijn schip en bij de chocolaatjes staat een mevrouw die een groene hoed draagt en haar schip vol snoepjes en koekjes laadt. En zie je die lange jongen daar, met de zonnebril op, hij gaat net de hoek om met zijn schip.’
‘Waarom heeft hij een zonnebril op?’ vraagt mijn kleinzoon terecht.
‘Wel, de zon schittert hier op de golven. Maar wat zou er in zijn schip zitten? Wat denk jij? Ik heb echt een piraat nodig voor ons schip, schattebout. Wil jij mijn piraat zijn? Dan kun je de oceaan in de gaten houden, de schepen tellen, zien wat anderen in hun boot doen en dan kan oma rustig ons schip bevoorraden, want we hebben een lange reis voor de boeg.’

Winkelschatten
Maar nee, hij trapt er niet in. Rennen door de winkel is veel leuker. En al helemaal als ik met de winkelwagen achter hem aan race in de hoop een drama, met veel afkeurende blikken, te voorkomen.
‘O, kijk eens oma, hier zijn mijn kinderkoekjes. Mag ik die hebben?’ Voordat ik kan antwoorden ligt de zak met kleine, nu dus gebroken, koekjes al in de winkelwagen, en rent hij naar een volgende schat. Waterijsjes. Even verderop staat het rek met allerlei goedkoop speelgoed: autootjes, kleurboeken, waterspuiters. Hij staat al op zijn tenen om een bellenblazer te pakken. Ik ben nog net op tijd om een neerstorten van allerlei spullen te voorkomen.

Laat dat staan
Thuis aangekomen pak ik de boodschappen uit en zijg vermoeid neer op de bank. Mijn kleinzoon, nog steeds volop actief, wil spelen. Trampolinespringen, voetballen, rennen.
‘Straks, oké? Nu eerst even een bijkommoment voor oma, maar je mag wel een boek pakken en dan ga ik voorlezen. Zoek maar iets uit de stapel boeken die we nog niet gelezen hebben.
Even later zit hij knus bij me op de bank en kijk ik naar het boek, geschreven en getekend door Harmen van Straaten, dat hij me in handen duwt. ‘Daan, laat dat staan,’ een verhaal over een jongen die in een winkel steeds ergens aan komt.
Als ik het verhaal minstens drie keer voorgelezen heb, hoor ik: ‘Nog een keer, oma.’
‘Oké,’ zeg ik, ‘nog één keer Daan …’ en mijn kleinzoon vult luid schaterend aan … ‘laat dat staan! Je mag in de winkel niet overal aankomen, hé oma? Daan moet dat nog leren.’

Geschenken
Ik glimlach. Soms krijgen we geschenken in onze schoot geworpen en ik realiseer me hoe veelzijdig boeken zijn. Kinderboeken schenken avontuur, empathie, liefde, maar zijn soms ook een welkome assistent in de opvoeding.