Skip to content
Wie schrijft die blijft

Boeiende taalgeschiedenis in stripvorm

Stel: je opent een kinderboek en je oog valt meteen op de volgende zin: ‘Het Ethiopisch schrift is een abugida-schrift (አ በ ገ ደ). De grondvorm van het teken wordt lichtjes gewijzigd in functie van de klinker die volgt en geeft een lettergreep weer. Het schrift werd ontwikkeld voor het Ge’ez (ግዕዝ), de liturgische taal in de Ethiopische Kerk, maar dient nu voor het Amhaars, Tigrinya, Tigre en andere talen in Ethiopië en Eritrea’. Wie daarop het boek geschrokken weg zou leggen ontzegt zich een bijzondere rondleiding door het ontstaan van taal en schrift over de hele wereld. Wie schrijft die blijft van Vitali Kanstantinov is een boeiende reis door de geschiedenis en culturen die en passant veel duidelijk maakt over de rol van taal in verhoudingen tussen volkeren. Laat een citaat als hiervoor dan ook geen drempel zijn.

Vitali Konstantinov is in 1963 als Rus geboren, maar woont al sinds de negentiger jaren van de vorige eeuw in Duitsland. Hij is tekenaar en publiceerde stripverhalen en door hem zelf geïllustreerde non-fictie over uiteenlopende onderwerpen als geld, Darwin, Dostojewski en schrift. Hij doet dat voor zowel kinderen als volwassenen. Zijn werk is in 35 talen vertaald. In Nederland verscheen van hem in 2022 Met klinkende munt. Van schelpengeld tot cryptovaluta. Twee jaar eerder was er al Wie schrijft die blijft, dat meer aandacht verdient dan het in recensies heeft gekregen. Wat dit boek zo interessant maakt is dat Konstantinov niet alleen een container weetjes over de jonge lezer uitstort, maar diepere samenhangen laat zien. Dat alles lardeert hij ook nog eens met vaak humoristische tekeningen en tekstjes.

U2
Wie schrijft die blijft
bestaat uit drie delen. In het eerste deel legt Konstantinov een aantal fundamentele begrippen op een luchtige manier uit met duidelijke voorbeelden. ‘Unicode’bijvoorbeeld. Dat is een systeem dat is bedacht om alle talen en schrijfwijzen ter wereld zodanig te coderen dat ze allemaal op de toetsenborden van onze pc’s weer te geven zijn (zie de Ethiopische tekens in het citaat hierboven). In 2019 (toen Konstantinov zijn boek schreef) waren zo 150 schriftsystemen met in totaal 137.929 tekens universeel bruikbaar gemaakt. Helder is ook de verklaring van begrippen als pictogram (de vorm van een uil betekent ‘uil’), ideogrammen (een hart staat voor liefde), fonogrammen (klankovereenkomsten zoals je ze veel ziet in popcultuur en sms-taal: U2, dat is te lezen als ‘You too’) en abugida (zie eveneens het citaat hierboven: een soort alfabet dat niet uit letters maar uit tekens voor lettergrepen bestaat).

Deel twee beschrijft de oudste schriftstelsels zoals het spijkerschrift, de hiërogliefen, de runen, de vroegste tekens van China en Japan en van de Azteken. In dit deel gaat het ook over het ontstaan van de alfabetten. Bijzonder interessant is de uitleg van Konstantinov over alle kleine verschillen tussen de alfabetten van (vooral Europese) landen die als basis de Latijnse letters gebruiken. Dat Latijnse alfabet werd de bewoners van geannexeerde gebieden door de Romeinen opgedrongen, maar voldeed niet om alle klanken die de volken en stammen bezigden weer te geven. Aan dat soort fricties hebben we het te danken dat in het Duits zo vaak de umlaut wordt gebruikt en in het Frans de cedille. Het zijn diacritische tekens die nodig waren omdat de overheerste volken hun net wat andere klank van klinkers (de Germanen) of de c (de Galliërs) niet in de Latijnse letterweergave terugvonden.

Kogels of bloemen
Wereldwijd was dat probleem nog veel groter, zoals blijkt uit het derde deel van Wie schrijft die blijft. Dat gaat over de uitvinders van geschriften. Veel volken hadden de behoefte om hun eigen identiteit te onderstrepen door een uniek schrift. Vooral onder volksgroepen die de taal van kolonisators kregen opgelegd was die behoefte groot. Konstantinov laat de koning van het Afrikaanse Bamum (ca. 1860 – ca 1933) op diens getekende portret zeggen: ‘Het is jammer dat de Afrikanen alles van de Europese veroveraars overnemen. Mijn volk zou een eigen schrift moeten hebben’. De vorst vond een eigen systeem uit.
Soms zijn er kleurige verhalen voor die uitvinding van een eigen alfabet en zijn deze ontwikkelingen verrassend recent: Een stam van het Chin-volk (wonend in het grensgebied van India en Myanmar) bedacht in 1980 een eigen schrift omdat volgens de legende het oude, dat de wetten van hun god bevatte, ooit door koeien was opgegeten. Het Khomschrift (in Laos) ontstond in 1924 toen de bevolking zich los wilde maken van de Franse overheersing. Hun leider beschouwde zich als een tovenaar en dacht dat een eigen taal de kracht zou hebben om Franse kogels in bloemen te veranderen.

Mopperende drol
Er worden nog steeds nieuwe talen en schriften bedacht. Konstantinov beschrijft zo de taal die Tolkien construeerde voor zijn elfen, dwergen en hobbits en het door Marc Okrand ontwikkelde Klingon dat in Star Trek wordt gesproken. En we kennen in onze tijd de emoji’s, een vorm van ideogrammen.
Konstantinov weet ingewikkelde materie met schwung te brengen. Zo staat er een Shakespeare-rebus in de tekst en duikt op een aantal pagina’s in het boek een mopperend figuurtje van een drol op. Het is een passend eerbetoon aan de ‘frowning pile’ of ‘poo’ die in 2017 als emoji werd afgekeurd.
Wie schrijft die blijft is geen boek voor een luie lezer op een lamlendige middag. Konstantinov vraagt alle aandacht en concentratie. Hij prikkelt tot doordenken en verder onderzoek. Als hij slechts aanstipt dat ene Gregg M. Cox het Guiness Book of Records haalde omdat hij 64 talen sprak ga je toch meteen googelen!
Inderdaad wordt iemand die bereid is aan de hand van Konstantinov mee te lopen een stuk wijzer over meer dan alleen maar letters.

 


Om Jong Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via deze link. Waarvoor onze hartelijke dank!

Adri Altink

Adri Altink heeft belangstelling voor kunst, (cultuur)geschiedenis, taal (Opperlands) en literatuur. Hij leest zowel non-fictie als romans. Boeken die een blijvende indruk op hem maakten zijn Bloedlanden van Timothy Snyder, Congo van David van Reybrouck, In de ban van de tegenstander van Hans Keilson en Doodgewone mannen van Christopher Browning. Fictie-auteurs die hij graag leest zijn Georges Perec, Annie Ernaux, Hervé Le Tellier, Édouard Louis, Bohumil Hrabal en Anjet Daanje. Op Jong Literair Nederland bespreekt hij non-fictie voor kinderen. Adri Altink schrijft ook voor Literair Nederland.

Wie schrijft die blijft
Verschenen bij: Uitgeverij Clavis
ISBN: 9789044837858
71 pagina’s
Prijs: €25.95
Vertaling door: Ingrid Vandekerckhove
Verschenen: 2019